Maarten

Regionale prestatieafspraken

Meerjarige regionale prestatieafspraken Achterhoek

2026 t/m 2029

Samen werken aan wonen, welzijn en leefbaarheid

 

 

Huurdersvereniging Dinxperlo

Huurdersvereniging ’t Walfort

Corporatie De Woonplaats

de Gemeente Aalten

 

 

 

 

Oktober 2025

Inleiding

De Achterhoekse gemeenten, corporaties en huurdersverenigingen hebben afgesproken de meerjarige prestatieafspraken over het realiseren van de volkshuisvestelijke opgaven in gezamenlijkheid op te pakken. Daar is alle reden toe. We werken in de Achterhoek namelijk steeds vaker samen aan dezelfde doelen en opgaven zoals beschreven in de woondeals en andere regionale visie en beleidsdocumenten, zoals de regionale woonagenda Achterhoek en de regionale woonzorgvisie. Deze opgaven zijn steeds meer ingegeven en ingekaderd door landelijke wetgeving en afspraken (Wet Versterking Regie Volkshuisvesting en de Nationale Prestatieafspraken) en provinciale beleidskaders (provinciaal woonprogramma).

Vanuit de landelijke politiek zien we een toenemende behoefte aan regie en sturing op de volkshuisvesting. Met deze gezamenlijke meerjarige prestatieafspraken 2026 t/m 2029 willen we de regionale en lokale samenwerking op het gebied van wonen verder versterken en concretiseren.  We geven met de afspraken gezamenlijk en ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid invulling aan goede betaalbare woningen in vitale gemeenschappen binnen de regio Achterhoek. De regionale meerjarige prestatieafspraken zijn op lokaal niveau uitgewerkt in de concrete Tweejarige uitvoeringsagenda 2026 t/m 2027 getekend 4 december 2025.

Naast afspraken over de inhoudelijke opgaven en bijdragen van partijen maken we ook afspraken over de manier waarop we met elkaar samenwerken. We hebben vertrouwen in de manier waarop we deze samenwerking met elkaar aangaan en zullen elkaar ook de komende jaren scherp houden om ieders rol en inzet zo goed mogelijk te benutten ten gunste van de sociale doelgroep.

 

4 december 2025 te Aalten,

 

Mevrouw L. de Slegte                                                                 Mevrouw H.Giesen

Huurdersvereniging ’t Walfort (Aalten)                               Huurdersvereniging Dinxperlo

 

 

 

……………………………………………….                                     ………………………………………….

 

 

 

 

De heer T.M.M. Kok                                                                      De heer G. Kaplan

Wethouder gemeente Aalten                                                  Directeur bestuurder De Woonplaats

 

 

…………………………………………………                                  …………………………………………..

 

Inhoudsopgave

 

Hoe werken we samen?………………………………………………………………..4

Thema 1 – Beschikbaarheid en betaalbaarheid……………………………………6

Thema 2 – Ouderen en aandachtsgroepen…………………………………….….12

Thema 3 – Leefbaarheid………………………………………………………………….…16

Thema 4 – Duurzaamheid……………………………………………………………….…17

Hoe werken we samen?

Gezamenlijke ambitie

We werken met elkaar samen aan de volkshuisvestelijke opgaven op het gebied van wonen. Wij willen met deze afspraken de beoogde lange termijn effecten afstemmen en bewaken en daarbij behouden we voldoende ruimte om in te spelen op de veranderende omgeving en de lokale context. Dit doen we op basis van transparantie en vertrouwen.

 

De regionale meerjarige prestatieafspraken op hoofdlijnen en concrete lokale uitvoeringsagenda’s:

  • De gemeenten, huurdersverenigingen en de corporaties in de Achterhoek vinden het belangrijk om de gezamenlijke, meer strategische thema’s ingegeven door landelijke, provinciale en regionale (wet-) en regelgeving leidend te laten zijn voor de samenwerking.
  • De meerjarige regionale prestatieafspraken kennen een looptijd die gelijk is aan de duur van de gemeentelijke woonvisies (4 jaar) en de volkshuisvestingsprogramma’s van gemeenten. De raamovereenkomst bestaat uit landelijke, regionale en lokale afspraken op hoofdlijnen die het gewenste uiteindelijke effect beschrijven.
  • Binnen de kaders van de meerjarige prestatieafspraken maken we op lokaal niveau in tripartite verband eens per twee jaar concrete afspraken gericht op realisatie in een tweejarige uitvoeringsagenda.
  • De meerjarige regionale prestatieafspraken en de uitvoeringsagenda wordt vóór 15 december bestuurlijk op lokaal niveau vastgesteld.
  • De gemaakte afspraken uit de uitvoeringsagenda gelden tot het moment dat (op basis van een advies) in een bestuurlijk overleg anders wordt besloten.

Bod, monitoring en evaluatie:

  • In het regionale ambtelijk overleg evalueren we de regionale meerjarige prestatieafspraken na twee jaar. We zorgen dat de huurdersverenigingen of een vertegenwoordiging daarvan, hiervoor aansluit bij het overleg. De regionale prestatieafspraken worden jaarlijks gemonitord in het regionale ambtelijk overleg. We zorgen ervoor dat de huurdersverenigingen of een vertegenwoordiging daarvan aansluit bij het overleg.
  • Ter voorbereiding op de lokale uitvoeringsagenda’s vindt er jaarlijks een lokale evaluatie plaats van de afspraken en brengen de corporaties vòòr 1 juli een bod op de gemeentelijke woonvisie/ volkshuisvestelijke programma’s uit aan de gemeenten en huurdersverenigingen. De gemeenteraden worden geïnformeerd over de evaluatie van de lokale uitvoeringsagenda.
  • Op lokaal niveau vindt periodiek ambtelijk en bestuurlijk tripartite overleg plaats over de ontwikkelingen en voortgang van de projecten/ acties uit de uitvoeringsagenda.
  • De corporaties informeren de gemeenteraden in een jaarlijkse bijeenkomst op hoofdlijnen over de ontwikkelingen en de lopende projecten in de gemeente.

 

Thema 1 – Beschikbaarheid & betaalbaarheid

Nr. Subonderwerp Afspraak Bron
1.1 Programmering sociale huur Landelijk

–          We geven invulling aan de beschikbaarheid van sociale huurwoningen door: 1) het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen, 2) vervangende nieuwbouw en 3) het beter benutten van de bestaande voorraad.

–          30% van de nieuwbouw wordt gerealiseerd als sociale huur. Deze doelstelling geldt op niveau van de regio en gemeente (niet op projectniveau).

 

Regionaal

–          In Woondeal 1.1 wordt afgesproken wat we regionaal van 2025 tot 2035 toevoegen in de sociale huur. In de periode 2025 t/m 2030 (Woondeal 1.0) wordt 30% van de (bruto) nieuwbouwwoningen in de sociale huur gerealiseerd.

–          Van 2031 t/m 2034 wordt ingezet op een realisatie van minimaal 23% van de (bruto) nieuwbouw in de sociale huur. Wel onder voorwaarden: bereikbaarheid, financiering ORT, ambtelijke capaciteit, stikstofruimte.

–          Daarnaast zetten we in op adaptief programmeren waarbij in 2027 of 2028 een nieuw behoeftenonderzoek wordt uitgevoerd voor de periode na 2030.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties spreken lokaal met elkaar af hoe de geactualiseerde Woondeal concreet wordt ingevuld met projecten, jaartallen en aantallen woningen.

 

 

NPA 2025-2035 en Volkshuisvestelijke prioriteiten

 

 

 

 

 

Regionale Woondeal en woonagenda

1.2 Samenwerking bij de realisatie en versnelling van projecten Landelijk

–          Corporaties en gemeenten zoeken elkaar actief op en kijken daarbij over de grenzen van hun eigen gemeente of werkgebied zodat haalbare projecten niet blijven liggen. Gemeenten stimuleren en faciliteren hierbij (bijv. in de vorm van realisatiestimulans, grondbeleid en nieuwe locaties).

–          Gemeenten zetten in op parallel plannen en voldoende ambtelijke capaciteit om sociale huurprojecten te versnellen. Ook wordt met bestuurlijke inzet, toepassing van instrumentarium en versnelling van (vergunningverlenings)procedures ingezet op het realiseren en versnellen van lopende projecten.

 

Regionaal

–          De corporaties verkennen met elkaar wat de mogelijkheden zijn om elkaar regionaal te ondersteunen. De uitkomsten worden besproken met de gemeenten.

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties kunnen afspraken maken over het instrumentarium[1] dat kan worden ingezet om nieuwbouw te versnellen of vlot te trekken.

–          Gemeenten en corporaties kunnen lokaal aanvullende afspraken maken over de inzet van de realisatiestimulans.

 

NPA 2025-2035

1.3 Betaalbare grondprijs Landelijk

–          Gemeenten hanteren een heldere bepalingsmethode waaruit blijkt hoe hun sociale grondprijs tot stand komt en geven woningcorporaties hier inzicht in. Gemeenten vragen marktpartijen in de anterieure overeenkomst zich te conformeren aan het grondprijsbeleid van de gemeente ten aanzien van sociale huurwoningen.

–          Gemeenten zorgen ervoor dat woningcorporaties vroegtijdig worden betrokken bij grondlocaties waar de bouw van sociale huur mogelijk is. Woningcorporaties benutten kansen om zelf grond te verwerven en delen kennis met elkaar over dit proces.

 

Regionaal

–          Om voldoende sociale huurwoningen te kunnen realiseren gebeurt dit tegen een sociale prijs die een gezonde exploitatie mogelijk maakt.

 

Lokaal

–           Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken met elkaar over de grondprijs van sociale huurwoningen.

–          Gemeenten betrekken corporaties waar mogelijk vroegtijdig t.a.v. mogelijkheden voor grond en/of locaties voor de bouw van sociale huur.

 

NPA 2025-2035

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regionale Woonagenda 2023-2030

1.4 Aard en kwaliteit van de toevoegingen Landelijk

–          We streven ernaar om in 2030 50% conceptueel[2] te bouwen.

–          Gemeenten stimuleren conceptuele woningbouw door hierbij rekening te houden in de planvorming en aanbesteding. Indien nodig nemen zij ook belemmeringen weg die de opschaling van conceptuele bouw vertragen (bijv. aansluiten bij standaardisering uit de sector). Ook kunnen gemeenten met vooraf concreet geformuleerde eisen voor de welstand conceptuele bouwers zekerheid bieden dat hun concepten hierbinnen passen.

–          Gemeenten zetten in op parkeernormen die aansluiten op het autobezit van de doelgroep. Zo ligt het autobezit van sociale huurders veelal een stuk lager dan het gemiddelde.

–          Gemeenten en woningcorporaties pakken kansen om circulariteit in sloop/nieuwbouw van woningen te stimuleren, door met bio-based materialen te werken en zoveel mogelijk vrijkomend materiaal van de sloop te hergebruiken.

 

Regionaal

Op regionaal niveau spannen we ons in om meer woningen conceptueel, circulair en biobased te bouwen.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken over conceptuele woningbouw. Daarbij wordt rekening gehouden met zaken als: planvorming, aanbesteding, belemmeringen voor opschaling en standaardisering.

–          Gemeenten en corporaties kunnen, afhankelijk van plan, project of doelgroep, afspraken maken voor een passende parkeernorm.

 

NPA 2025-2035 en Gelders kader Toekomstbestendig Bouwen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelders Kader Toekomstbestendig Bouwen

1.5 Beter benutten bestaande voorraad Landelijk

–          We maken concrete plannen in de lokale prestatieafspraken voor de verschillende vormen van beter benutten van de bestaande voorraad (bijv. optoppen, splitsen, transformeren, delen, hospitaverhuur en andere vormen). Waar nodig worden hiervoor de lokale kaders aangepast.

Regionaal

–          Vooralsnog geen regionale afspraken.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties maken afspraken met elkaar over het beter benutten van de bestaande voorraad.

 

NPA 2025-2035

1.6 Monitoring Landelijk

Woningcorporaties en gemeenten bespreken met elkaar tijdens de gesprekken over de uitvoeringsagenda’s de projectvoortgang van de nieuwbouw. De uitkomst hiervan wordt doorgegeven door de woningcorporatie in de dPi[3], hiermee koppelen we de monitoring en de prestatieafspraken aan elkaar.

 

Regionaal

Vanuit de Woondeal 1.1 zetten we in op procesafspraken en monitoring:

–          Inbouwen van 3-jaarlijkse regionale monitoring op ijkmomenten. Zo voeren we in 2027/2028 een woningmarktbehoefte onderzoek uit naar sociale huur.

–          Gebruik maken van halfjaarlijkse regionale monitoring middels de Woon- en Vastgoedmonitor

–          In beeld brengen van regionale woningbehoefte

–          Naast monitoring moeten we ook daadwerkelijk kunnen bijsturen. Daarom zetten we in op een drietal adaptieve maatregelen[4]

–          In plaats van het neerzetten van ‘verplaatsbare woningen’, zet de regio liever in op woningen die levensloopgeschikt en toekomstbestendig zijn.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken met elkaar hoe de bouw van sociale woningen wordt gemonitord. Zij overleggen daarom periodiek over de voortgang van de uitvoering van de Woondeals.

 

NPA 2025-2035 en Bijlage 3 van Woondeal 1.1

1.7 Middenhuur Landelijk

–          We spreken een ingroeipad af zodat woningcorporaties kunnen opschalen om de jaarlijkse gewenste realisatie voor middenhuur in 2029 te behalen.

–          Bij de herijking van de woondeals in 2025 zullen de aantallen van gewenste middenhuurwoningen worden opgenomen. Corporaties dragen bij de realisatie van middenhuur ervoor zorg dat een substantieel deel hiervan behoort tot het lage middenhuursegment.

 

Regionaal

–          We brengen de behoefte aan middenhuurwoningen regionaal in beeld als onderdeel van een regionaal woningbehoefte onderzoek.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporatie maken op basis van een regionaal woningbehoefte onderzoek lokaal afspraken over de bouw van het aantal middenhuurwoningen, eventuele verschuivingen binnen bestaand bezit naar het middenhuursegment en het eventueel gebruik maken van de vrije toewijzingsruimte.

 

NPA 2025-2035 en Programma Betaalbaar Wonen

1.8 Ontwikkeling van de woningvoorraad  Landelijk

–          Het uitgangspunt is dat sloop gepaard gaat met vervangende nieuwbouw en zoveel mogelijk ook met verdichting (rekening houdend met lokale context).

 

Regionaal

–          Vooralsnog geen regionale afspraken.

 

Lokaal

–          Gemeenten en corporaties maken lokale afspraken over de groei van de corporatievoorraad. In de financiële haalbaarheid van de afspraken wordt rekening gehouden met verkoop en sloop van woningen

–          Gemeenten en corporaties kunnen lokaal afspraken maken om te streven naar verdichting.

–          Lokale prestatieafspraken zijn leidend bij plannen om sociale huurwoningen te verkopen.

 

NPA 2025-2035

1.9 Woonruimte-verdeling en doorstroming Landelijk

–          Er zijn geen landelijke afspraken op dit subthema.

 

Regionaal

–          Regionaal werken we aan een gezamenlijke huisvestingsverordening waarin urgentieregels voor aandachtsgroepen, die zijn aangewezen op sociale huurwoningen, zijn opgenomen.

–          Alle woningzoekenden die aangewezen zijn op een sociale huurwoning moeten op basis van hun inkomen en huishoudgrootte zoveel mogelijk een vergelijkbare kans op een woning hebben.

 

Lokaal

–          Gemeenten en woningcorporaties hebben een inspanningsverplichting om acties in te zetten die doorstroming bevorderen. Daar zijn uiteenlopende instrumenten voor beschikbaar, zoals vergroten aanbod middenhuur en sociale koop, via voorrangsregelingen, door inzet van verhuiscoach en via het huurbeleid (inkomensafhankelijke huurverhoging).

–          Gemeenten en corporaties kunnen lokaal afspraken maken over het oprekken van de vrije toewijzingsruimte voor hogere inkomens naar 15% (i.p.v. 7,5%).

 

Wet VRV en Regionale Huisvestingsverordening

 

Toewijzingsregels ‘Thuis in de Achterhoek’ en ‘Woninghuren’

1.10 Betaalbaarheid Landelijk

–          Betaalbaarheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De afgelopen jaren zijn er al veel maatregelen genomen op het gebied van betaalbaarheid, met name voor huishoudens met de laagste inkomens (huurverlaging, matiging huurverhoging, geen huurverhoging bij isolatie, aanpassingen regeling huurtoeslag).

–          Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt over een meer stabiel huurverhogingsbeleid; vanaf 2026 hanteren we voor de maximale jaarlijkse huursomstijging een driejaars inflatie-gemiddelde. Dit beschermt huurders tegen uitschieters in de jaarlijkse huurverhoging en zorgt voor meer stabiele inkomsten voor woningcorporaties. De overlegwet geeft ruimte lokaal afspraken te maken over de huurverhoging. Als extra afspraken leiden tot minder huuropbrengsten, kan de realisatie van de afgesproken opgave onder druk komen te staan.

–          Om duurzame woningen met een lager energieverbruik beter beschikbaar te maken voor huishoudens met een lager inkomen, wordt de grens voor passend toewijzen voor huurwoningen met een A+ label of hoger eenmalig met € 25 verhoogd (prijspeil 2024).

 

Regionaal

Geen afspraken op regionaal niveau.

 

Lokaal

–          Betaalbaarheid van woonlasten is een gezamenlijke opgave, denk aan huurlasten, energielasten en gemeentelijke lasten.  Partijen zetten zich gezamenlijk in om armoede tegen te gaan. Zo stimuleren gemeenten inwoners om gebruik te maken van de financiële voorzieningen. Daarnaast is er een gezamenlijke aanpak van schuldenproblematiek en zijn er afspraken over maatwerk bij betalingsachterstanden.

–          Woningcorporaties kunnen ervoor kiezen om inkomensafhankelijke huurverhoging toe te passen. Alleen wanneer er prestatieafspraken zijn gemaakt over de inzet van deze extra huurinkomsten voor investeringen, kunnen deze inkomsten buiten de maximale huursomstijging vallen. Woningcorporaties zijn terughoudend met het toepassen van inkomensafhankelijke huurverhoging in kwetsbare wijken.

 

NPA 2025-2035

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Diverse (aflopende) lokale Raamovereenkomsten

 

 

 

Thema 2 – Ouderen en aandachtsgroepen

2.1 Ouderen

Nr. Subonderwerp Afspraak Bron
2.1.1 Passend wonen Landelijk
Zowel gemeenten als corporaties zetten in op voldoende passende woningen voor ouderen > 75 jaar en mensen met een (toekomstige) zorgbehoefte. De landelijke opgave ouderenhuisvesting voor corporaties is 60.000 woningen (40.000 geclusterd en 20.000 zorggeschikt), waarbij corporaties tot en met 2030 jaarlijks € 40 miljoen extra investeren in het levensloopbestendig maken van bestaande woningen in het kader van langer zelfstandig thuis wonen.

Regionaal
De behoefte aan verschillende woningtypes voor ouderen is regionaal onderzocht en in beeld gebracht. Deze opgave is onderdeel van het Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek.

Lokaal
Per gemeente is de opgave in beeld en dit is de basis om te bepalen hoeveel woningen per woningtype de komende jaren moet worden toegevoegd. Deze toevoegingen volgen vanuit transformatie van de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw.

 

 

Volkshuisvestelijke prioriteiten juni 2023

 

 

 

 

 

Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek

Lokale woonzorgvisies

2.1.2 Langer zelfstandig thuis wonen Landelijk
Gemeenten en corporaties hebben inspanningsverplichting om ouderen te betrekken voor input in het proces van realiseren van geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen, als ook bij lokale bewustwordingscampagnes en informatievoorziening.

Regionaal
Om ouderen in staat te stellen om langer zelfstandig thuis te wonen, leggen we accenten bij geclusterd bouwen, bij de transformatie van woningen en op het verstrekken van informatie en voeren van gesprekken die ouderen in staat stellen om hun zelfstandigheid te behouden. Als regionaal speerpunt richten wij ons op de inrichting van zorgzame buurten (woonzorgzones) en wijken in de Achterhoek. Daarvoor willen wij buurtverbinders of een soortgelijke functie of rol aanstellen.

Lokaal
Lokaal maken we afspraken hoe we actief op de woningvoorraad sturen met accent op geclusterd wonen en uitvoering geven aan programma’s zoals Comfortabel Thuis, Heerlijk Thuis in Huis en Praat Vandaag Over Morgen. Streven hierbij is dat ouderen worden betrokken bij het proces van realiseren van geclusterd bouwen.

 

NPA 2025-2035

 

 

 

 

Comfortabel Thuis
Praat Vandaag Over Morgen

Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek

 

 

 

 

2.1.3 Doorstroming Landelijk
Gemeenten en corporaties hebben inspanningsverplichting voor acties die passend wonen en doorstroming bevorderen. Deze acties worden vastgesteld in de lokale prestatieafspraken.

Regionaal

Zowel vanuit corporaties (Comfortabel Thuis) als vanuit gemeenten en netwerk veerkracht ouderen (Praat Vandaag Over Morgen) voeren van gesprekken met ouderen over langer zelfstandig thuis wonen. Deze gesprekken kunnen op korte of lange termijn leiden tot doorstroming. Daar waar belemmeringen van praktische of financiële aard zijn bij de behoefte om te verhuizen, worden deze in beeld gebracht en wordt lokaal bekeken welke kansen er zijn om belemmeringen weg te nemen door gezamenlijke financiering van woningcorporaties en gemeenten. Daarnaast wordt regionaal in beeld gebracht wat de verhuisbewegingen van ouderen zijn om mogelijke beleidsinterventies vast te kunnen stellen.


Lokaal
Gemeenten en corporaties maken afspraken rondom het stimuleren van doorstroming van ouderen. Waar mogelijk worden proactief belemmeringen weggenomen om de doorstroming te bevorderen.

 

NPA 2025-2035

Comfortabel Thuis
Praat Vandaag Over Morgen

 

2.1.4 Visie Landelijk
Gemeenten hebben de opdracht om een integrale woonzorgvisie op te stellen waarin zij inspelen op de woon- en zorgbehoeften van ouderen en aandachtsgroepen.

Regionaal
In de Achterhoek is het uitvoeringsplan Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek opgesteld waarin gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en andere partners samenwerken aan een toekomstbestendig woon- en leefklimaat voor ouderen en aandachtsgroepen. Een speerpunt is de inrichting van zorgzame buurten en wijken in de Achterhoek waarin inwoners samenwerken met informele en formele organisaties.
Het afsprakenkader ouderenhuisvesting is ook onderdeel van het uitvoeringsplan waarin de ouderenhuisvestingsbehoefte per gemeente als opgave is weergegeven.

 

 

 

 

Lokaal
Gemeenten en corporaties maken afspraken vanuit de regionale en lokale woonzorgvisie voor voldoende geschikte woningen voor ouderen. Dat zijn: nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen[5].

 

Nationaal programma Een Thuis voor Iedereen

 

Uitvoeringsplan Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek

2.2 Aandachtsgroepen

Nr. Subonderwerp Afspraak Bron
2.2.1 Woningtoewijzingen Landelijk
Het opstellen van een Huisvestingsverordening door alle gemeenten, waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan urgente aandachtsgroepen op basis van de Rijksdefinities

Regionaal
Het opstellen en toepassen van een regionale Huisvestingsverordening als basis voor hoe aandachtsgroepen en urgenten aan een woning komen, inclusief inrichting regionale urgentiecommissie. Hierbij zijn voor de meeste doelgroepen de twee regionale woonruimteverdeelsystemen in de regio het middel, waarbij de corporaties uitvoering geven aan de toewijzing en verhuur van de woningen.

 

Lokaal

De regionale huisvestingsverordening gebruiken we als basis voor de woningtoewijzingen aan aandachtsgroepen binnen de gemeente.

 

Nationaal programma Een Thuis voor Iedereen

Regionale Huisvestingsverordening

2.2.2 Statushouders Landelijk
Asielzoekers worden vergunninghouders op het moment dat ze een verblijfsvergunning krijgen. Gemeenten ontvangen tweemaal per jaar een taakstelling voor de toewijzing van vergunninghouders en voeren deze uit in samenwerking met de corporaties.

 

Regionaal

In het Regionaal Plan Huisvesting Vluchtelingen Achterhoek hebben gemeenten regionaal afspraken o.a. over de huisvesting van statushouders gemaakt. De taakstelling van statushouders en asielzoekers kán worden uitgeruild, maar gemeenten hebben daarbij aangegeven geen extra statushouders te willen huisvesten. De wijze waarop statushouders worden gehuisvest in de regio, is mede afhankelijk van nog te maken keuzes in het traject van de Regionale Huisvestingsverordening en de ontwikkelingen in de landelijke wetgeving (zoals de herziening van de Huisvestingswet).

 

Lokaal
Op lokaal niveau geven gemeenten en corporaties invulling aan de huisvesting van vergunninghouders op basis van de taakstelling die het Rijk tweemaal per jaar vaststelt. Corporaties en gemeenten stemmen hierover gezamenlijk af, rekening houdend met de lokale woningvoorraad en mogelijkheden. Daarnaast zoeken gemeenten ook actief naar alternatieve huisvesting zoals tussenvoorzieningen of leegstaande bedrijfspanden om te voorzien in de (tijdelijke) huisvesting van vergunninghouders.

 

Brieven taakstelling huisvesting Rijksoverheid

 

 

 

Regionaal plan huisvesting vluchtelingen Achterhoek

Regionale Huisvestingsverordening

2.2.3 Evenredige verdeling (fair share) Landelijk
Het programma Een Thuis voor Iedereen schrijft voor dat afspraken gemaakt worden over een evenredige verdeling (fair share) van de aandachtsgroepen over de regio’s en gemeenten. Dit wordt vastgelegd in de Wet versterking regie volkshuisvesting.

Regionaal
Regionaal maken we afspraken over een fair share verdeling voor aandachtsgroepen. Die voeren we uit binnen de vastgestelde kaders en aantallen die zijn opgenomen in de regionale woonzorgvisie.


Lokaal

Lokaal maken we afspraken over de uitvoering van de fair share verdeling. De verhouding van evenredige verdeling tussen regulier woningzoekenden en aandachtsgroepen wordt jaarlijks door de corporatie gemonitord en ambtelijk en bestuurlijk besproken.

 

Wet versterking regie volkshuisvesting

 

 

 

 

 

Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek

 

 

 

Thema 3 – Leefbaarheid

Nr. Subonderwerp Afspraak Bron
3.1 Sociale leefbaarheid Landelijk

Kwetsbare wijken worden aangepakt door een integrale aanpak onder regie van de gemeente. In tripartite verband maken partijen op lokaal niveau afspraken over de gezamenlijke inzet op het verbeteren van de (sociale) leefbaarheid (gebiedskeuze, instrumenten, integraal wijkbudget, ontmoeting en sociaal beheer, MOG).

 

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit subthema.

 

Lokaal

We spreken af dat de gemeente het onderwerp leefbaarheid terug laat komen in het volkshuisvestingsprogramma. Hierbij is oog voor ontmoetingsplekken, maar ook voor andere vitale voorzieningen (de sociale basis infrastructuur). De gemeente pakt de regie op het onderwerp leefbaarheid. We spreken af dat we het onderwerp leefbaarheid meer proactief oppakken in plaats van reactief.

 

NPA 2025-2035

3.2 Investeringen in sociale leefbaarheid Landelijk

Corporaties moeten jaarlijks 75 miljoen extra investeren in activiteiten die bijdragen aan de sociale samenhang en ontmoeting in de wijk tussen bewoners (bijv. buurt- en wijkbeheer, schuldhulpverlening, wijk- en buurtactiviteiten).

 

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit subthema.

 

Lokaal

Gemeenten en corporaties bepalen samen hoe en waar ze het budget voor leefbaarheid inzetten. Denk hierbij ook aan de realisatie en exploitatie en beheer van ontmoetingscentra. Hierin is een koppeling met het thema Wonen, Welzijn en Zorg en de opgave geclusterd wonen.

 

 

NPA 2025-2035

3.3 Borgen vitaliteit en toekomstbestendigheid van buurten en dorpen Landelijk

Geen landelijke afspraken op dit subthema.

 

Regionale afspraak

–          We voeren het gesprek met elkaar over hoe een vitale, inclusieve gemeenschap eruitziet en welke mix we dan nodig hebben. Hierbij hebben we ook oog voor de toenemende woon-zorgvraag en uitstroom van kwetsbare groepen en vindt plaats op verschillende niveaus (wijk-buurt-woonzorgzone-complex).

–          Het realiseren van een breed aanbod van woningen dat past bij een veranderende vraag: de woningvoorraad is in veel kernen en buurten relatief veelzijdig.

 

Lokaal

In elke gemeente wordt in 2026 voor minimaal één kern een kernenvisie opgesteld om zicht te krijgen op de kansen en knelpunten. Hierbij betrekken we ketenpartners.

 

 

 

 

 

Regionale woonagenda

3.4 Veiligheid Landelijk
Wetsvoorstel gebruik persoonsgegevens corporaties om escalatie van woonoverlast te voorkomen is in de maak.

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit thema.

Lokaal
Op het moment dat het wetsvoorstel een wet wordt, wordt lokaal bepaald in hoeverre we hier gebruik van maken ten behoeve van de leefbaarheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thema 4 – Duurzaamheid

Nr. Subonderwerp Afspraak Bron
4.1 Aardgasvrij Landelijk

Tot en met 2035 moeten 450.000 corporatiewoningen aardgasvrij worden gemaakt.

 

Regionaal

De gemeenten nemen de regie om ervoor te zorgen dat ze eind 2026 een warmteplan hebben waarin corporaties actief meedenken. Er is afstemming over de planning, maatregelen en gebieden van het aardgasvrij maken.

 

Lokaal

Gemeenten en corporaties verkennen lokaal waar koppelkansen liggen (t.a.v. verduurzamingsplannen corporatie en wijk-/dorpsuitvoeringsplannen) en hoe verschillende planningen op elkaar kunnen aansluiten. De samenwerking is gericht op het delen van informatie, het benutten van gezamenlijke uitvoeringskracht en het voorkomen van dubbel werk of belemmeringen.

 

 

NPA 2025-2035

4.2 Netcongestie Landelijk

Netcongestie is een belangrijk vraagstuk met grote invloed op de doorgang van projecten. Het is belangrijk dat gemeenten en corporaties hierin gezamenlijk optrekken, onder andere richting netbeheerders.

 

Regionaal

Een afvaardiging van gemeenten en corporaties uit de regio verdiept zich gezamenlijk in dit onderwerp en zoekt naar mogelijke alternatieve oplossingen. Hierbij maken ze gebruik van de Leidraad Netbewust verduurzamen.

 

Lokaal

Gemeente en Corporatie stemmen de planning af met Liander.

 

 

NPA 2025-2035

4.3 Sturen op warmtevraagreductie Landelijk

In de Nationale Prestatieafspraken zijn verschillende zaken afgesproken over het verbeteren van woningen en het sturen op de warmtevraagreductie. Denk hierbij aan:

–          Alle woningen met slechte energielabels (E, F en G) zijn eind 2028 uit het corporatiebezit.

–          Na 2034 zijn ongeveer 80% van de woningen klaar om aangesloten te worden op een duurzame warmtebron.

 

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit subthema.

 

Lokaal

Corporaties geven een jaarlijkse terugkoppeling aan gemeenten en Huurdersverenigingen hoe het gaat met het uitfaseren van de slechte labels en het warmtereductiepad[6].

 

NPA 2025-2035

4.4 Klimaatadaptatie en onderhoud Landelijk

Partijen gaan in gesprek over de gebiedsgerichte aanpak van hittestress en wateroverlast en het handelingsperspectief om deze problematiek te adresseren. Woningcorporatie, huurder en gemeente dragen voor deze aanpak een gedeelde verantwoordelijkheid en gaan hierover in gesprek.

 

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit subthema.

 

Lokaal

Corporatie en gemeente trekken samen op (waarbij de gemeente de regierol heeft) bij projecten en zoeken koppelkansen, waarbij gemeenten hier beleid op hebben gemaakt dan wel gaan maken. Daarnaast stemmen ze samen af welke projecten en wijken prioriteit hebben.

 

NPA 2025-2035

4.5 Soortenmanage-mentplan (SMP)

 

Landelijk

Het Rijk zet in op de versnelling van (pre)Soorten Management Plannen (SMP’s). Hiervoor zijn middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten en provincies.

 

Regionaal

Geen regionale afspraken op dit subthema.

Lokaal
Corporaties hebben er, in het kader van de versnelling van de isolatieopgave, baat bij als gemeenten SMP’s hebben. Gemeenten zorgen ervoor dat ze, in samenwerking met de corporatie, aan de slag gaan met het opstellen van de SMP’s. Gemeenten en corporaties maken een planning op dit onderdeel.

 

NPA 2025-2035

4.6 Duurzame (ver)bouw Landelijk

Corporaties en gemeenten zetten in op het verminderen van het gebruik van nieuwe grondstoffen (50% minder primaire grondstoffen voor 2030) en zetten meer in op circulair. Dit kan bijvoorbeeld door middel van biobased bouwen, 1-op-1 hergebruikte materialen of gerecycled materiaal.

 

 

 

Regionaal

Corporaties en gemeenten wisselen kennis uit, kijken welke pilots er gedaan kunnen worden en hoe we hierbij van elkaar kunnen leren. Dit doen we via de Cirkelregio Achterhoek.

Lokaal
Corporaties, gemeenten en huurdersverenigingen stemmen af wat voor afspraken lokaal gemaakt worden op dit thema.

 

NPA 2025-2035

4.7 Toekomstbestendig bouwen Landelijk

Geen landelijke afspraken op dit subthema.

 

Regionaal

Op Gelders niveau wordt het Gelders kader Toekomstbestendig Bouwen vastgesteld als handreiking voor projecten.

 

Lokaal

Gemeente en corporatie kijken hoe ze dit richtinggevende kader kunnen gebruiken binnen de projecten.

 

 

[1] Denk bij dit soort instrumenten aan actief grondbeleid, inzet van subsidies, etc.

[2] Wat is conceptueel bouwen? Bij conceptueel bouwen koopt de corporatie bestaande woningconcepten op de markt in, in plaats van zelf nieuwbouwprojecten te ontwikkelen. De corporatie bepaalt als opdrachtgever het wat en waarom van een nieuwbouwproject: het doel van deze huisvesting, het woningtype en de prestatie-eisen aan de woning. Het hoe – de bouwoplossing, de techniek en de materialen – laat de corporatie over aan de markt.

[3]   De dPi (de Prospectieve informatie) gaat in op de voornemens van de komende vijf jaren van corporaties.

[4] De drie adaptieve maatregelen zijn 1) de volgorde en timing van grootschalige nieuwbouwprojecten, 2) het borgen dat in grotere woningbouwplannen gewerkt wordt met een fasering, onder meer te regelen in de anterieure overeenkomsten, 3) een divers en risicobewust grondbeleid.

[5] De definities zijn opgenomen in het Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek. In de praktijk gebruiken we in onze regio naast nultredenwoning ook vaak de term levensloopgeschikt of levensloopbestendig. Hiermee bedoelen we: een woning waarin bewoners kunnen blijven wonen als hun levensomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte of handicap.

[6] We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij bestaande monitoringsinstrumenten.

Prestatieafspraken Gemeente Aalten

Tweejarige uitvoeringsagenda

Gemeente Aalten

2026 t/m 2027

Samen werken aan wonen, welzijn en leefbaarheid

 

 

Huurdersvereniging Dinxperlo

Huurdersvereniging ’t Walfort

Corporatie De Woonplaats

en de Gemeente Aalten

 

Inleiding

 

Vanuit de landelijke politiek zien we een toenemende behoefte aan regie en sturing op de volkshuisvesting. Met gezamenlijke meerjarige prestatieafspraken 2026 t/m 2029 gaan we de regionale en lokale samenwerking op het gebied van wonen verder versterken en concretiseren.  We geven met de afspraken gezamenlijk en ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid invulling aan goede betaalbare woningen in vitale gemeenschappen binnen de regio Achterhoek. De regionale meerjarige prestatieafspraken worden op lokaal niveau uitgewerkt in concrete tweejarige uitvoeringsagenda’s. Met deze afspraken willen we, De Woonplaats (DWP), de Huurdersverenigingen (HV) en de Gemeente Aalten (GA), de beoogde lange termijn effecten afstemmen en bewaken en daarbij behouden we voldoende ruimte om in te spelen op de veranderende omgeving en de lokale context. Dit doen we op basis van transparantie en vertrouwen.

Periodiek vindt ambtelijk en bestuurlijk tripartite overleg plaats over de ontwikkelingen en voortgang van de projecten/ acties uit de tweejarige uitvoeringsagenda.

 

Per thema beschrijven we de vastgestelde acties voor de komende twee jaar.

Dinxperlo en ’t Walfort, De Woonplaats en de Gemeente Aalten getekend 4 december 2025.

 

 

4 december 2025 te Aalten,

 

Mevrouw L. de Slegte                                                                  Mevrouw H.Giesen

Huurdersvereniging ’t Walfort (Aalten)                               Huurdersvereniging Dinxperlo

 

 

 

……………………………………………….                                     ………………………………………….

 

 

 

 

De heer T.M.M. Kok                                                                      De heer G. Kaplan

Wethouder Gemeente Aalten                                                 Directeur bestuurder De Woonplaats

 

 

…………………………………………………                                  …………………………………………..

 

 

Thema 1 – Beschikbaarheid & betaalbaarheid

Actielijn Doel Start Eind Verantwoordelijke
Programmering sociale huur Bouw 900 nieuwe woningen De GA realiseert 900 nieuwe woningen in de periode 2025-2035. Verdeeld over verschillende segmenten, woningtypologieën en gebieden zoals vastgelegd in het Volkshuisvestelijk Programma. 2025 2035 GA
  Sociale huurwoningen in periode 2025-2035

GA en DWP verbinden zich aan de aantallen te bouwen sociale huurwoningen benoemd in de woondeal 1.1 voor de periode tot 2035 waarbij rekening wordt gehouden met adaptief programmeren. GA en DWP maken afspraken over de aantallen voor 1 maart 2026 en leggen deze aantallen vast in een rekentabel. De rekentabel is dan de leidraad voor de verdere monitor van de aantallen.

Q4 2025 Q1 2026 DWP en GA
  Nieuwbouw gerealiseerd

Hogestraat (Aalten): 11 appartementen

Eerste Broekdijk (Aalten): 10 grondgebonden woningen

Driessenshof (Aalten): 6 appartementen en een nieuw wijkkantoor.

 

 

Q1 2026

 

Q1 2026

 

Q1 2026

Q4 2026

 

Q4 2026

DWP
  We werken gezamenlijk aan de planvorming voor de bouw van sociale woningbouw in de plannen;

Slingeplas/ ‘t Broock (Bredevoort)

’t Beggelder fase 1 en 2 (Dinxperlo)

Singel 1 en 2 (Aalten)

2026 2027 DWP en GA
Samenwerking bij de realisatie en versnelling van projecten Pilot Bouwstroom Eerste Broekdijk (Aalten)
De GA start samen met de DWP een pilot met Bouwstroom bij het project Eerste Broekdijk. Uiterlijk Q1 2026 worden concrete afspraken gemaakt over de nieuwbouwplannen, zodat de inzet van Bouwstroom tijdig en effectief kan plaatsvinden.
Q1 2026 Q4 2026 DWP en GA
  Pilot AI als versneller woningbouw
Vanaf november 2025 tot november 2027 past de GA een AI-pilot toe bij vergunningverlening, planbeoordeling en afstemming met ontwikkelaars. Doel is om de doorlooptijd van woningbouwprojecten te verkorten ten opzichte van het gemiddelde in voorgaande jaren. DWP neemt deel in de werkgroep.
Q1 2026 Q4 2027 DWP en GA
  Pilot Data-gedreven woningbouw met forecastingsmodel
De GA ontwikkelt en implementeert uiterlijk Q2 2027 een voorspellend datamodel voor woningbouw in de Achterhoek. Dit model wordt eind 2027 geëvalueerd. Doel structureel gebruikt om beleidskeuzes te onderbouwen en jaarlijks te rapporteren over de woningbehoefte per GA.
Q1 2026 Q2 2027 GA
  Tijdige levering energie- en watervoorziening bij nieuwbouw
Vanaf januari 2026 bewerkstelligt de GA haar interne procedures daar waar mogelijk met als doel dat bij nieuwbouwprojecten de energie- en watervoorziening vóór oplevering operationeel is.
2026   GA
  Onderzoek subsidie ‘realisatiestimulans’ voor sociale huur
De GA start in Q1 2026 een onderzoek naar de mogelijkheden om de subsidie ‘realisatiestimulans’ terug te laten vloeien naar de sociale huursector. Het onderzoek met aanbevelingen wordt uiterlijk Q3 2026 besproken met de DWP.
Q1 2026 Q3 2026 Wonen GA
Betaalbare grondprijs Vroegtijdige betrokkenheid DWP bij grondprijzenbrief en sociale grondprijs

De GA betrekt de DWP uiterlijk in november van het betreffende jaar bij de herziening van de grondprijzenbrief en de bepaling van de sociale grondprijs. Doel is om gezamenlijk tot een gedragen voorstel te komen dat aansluit bij de financiële haalbaarheid van sociale woningbouw.

November 2026 November 2027 Grondzaken GA
  Vroegtijdige betrokkenheid DWP bij locaties voor sociale huur
Vanaf januari 2026 betrekt de GA de DWP en de HV structureel in een vroeg stadium bij de selectie en planvorming van locaties voor sociale huurwoningen.
Q1 2026   Wonen GA
Aard en kwaliteit van de toevoegingen Afspraken over conceptuele woningbouw
GA en DWP maken lokaal afspraken over conceptuele woningbouw. Deze afspraken omvatten criteria voor geschiktheid en aanpasbaarheid voor diverse doelgroepen, planvorming, aanbesteding, en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling en standaardisering. De afspraken worden vastgelegd in een gezamenlijk beleidsdocument.
Q4 2026 Q2 2027 DWP en GA
  Onderzoek parkeerfonds en parkeernormen
De GA is in Q3 2025 start met een onderzoek naar de haalbaarheid van een parkeerfonds als instrument om flexibele parkeernormen toe te passen bij woningbouwprojecten. Het onderzoek wordt afgerond in Q4 2025 en opgeleverd met een concept-juridische regeling. In Q1 2026 start het bestuurlijk traject: interne afstemming, besluitvorming over invoering van het parkeerfonds en opname in het juridisch instrumentarium van de GA.  DWP wordt actief betrokken bij het opstellen van dit voorstel.
Q1 2026 Q3 2026 projecten openbare ruimte GA
Beter benutten bestaande voorraad

 

Evaluatie pilot kamergewijze verhuur en verkenning bredere inzet
In Q2 2026 evalueren de GA en DWP gezamenlijk de lopende pilot kamergewijze verhuur. En delen de uitkomst met de HV. Op basis van de uitkomsten wordt uiterlijk Q4 2026 besloten of en hoe deze woonvorm breder ingezet kan worden, inclusief locaties en doelgroepen.
Q2 2026 Q4 2026 DWP en GA
  Draagvlak voor andere woonvormen

Vanaf januari 2027 werken GA, DWP en HV actief samen aan het vergroten van draagvlak voor alternatieve woonvormen zoals kamergewijze verhuur, hospita verhuur en/of friendswonen.

Q1 2027   HV, DWP en GA
Monitoring

 

Monitoring voortgang woondeals en taakstelling statushouders

GA, DWP en HV monitoren structureel de voortgang van de uitvoering van de woondeals en de wettelijke taakstelling voor huisvesting van statushouders. Dit gebeurt  in bestuurlijke en ambtelijke overleggen waarbij de voortgang wordt vastgelegd en besproken.

Q1 2026   HV, DWP en GA
Middenhuur Inzicht in behoefte doelgroep middenhuur
Uiterlijk in Q2 2026 brengen GA en DWP gezamenlijk de woonbehoefte van de doelgroep voor middenhuur in kaart, op basis van demografische gegevens, inkomensgroepen en het woonbehoefteonderzoek GA Aalten uit 2025.
Q2 2026   DWP en GA
  Afspraken op basis van middenhuur behoefte
Op basis van het inzicht in de middenhuur behoefte maken GA en DWP uiterlijk Q4 2026 afspraken over de invulling hiervan. Deze afspraken kunnen omvatten:

Verschuivingen binnen het bestaande woningbezit

Inzet van vrije toewijzingsruimte

Realisatie van nieuwbouw voor middenhuur (minimaal X woningen per jaar, afhankelijk van de behoefteanalyse).

  Q4 2026 HV, DWP en GA
Ontwikkeling van de woningvoorraad

 

Groei passende woningvoorraad door nieuwbouw sociale huur
Vanaf Q1 2026 zetten GA en DWP actief in op uitbreiding van de sociale huurvoorraad via nieuwbouw
Q1 2026   Wonen GA en DWP
  Afspraken over sloop of verkoop bij nieuwbouw sociale huur
Bij elk nieuwbouwproject voor sociale huur waarbij sprake is van sloop of verkoop worden vanaf 2026 in de financiële haalbaarheidsanalyse afspraken gemaakt over aantal sloop of verkoop van bestaande woningen. Deze afspraken worden voorafgaand aan de projectstart vastgelegd.
Q1 2026   Projecten DWP
Woonruimte-verdeling en doorstroming Stimuleren van doorstroming via meerdere instrumenten
Vanaf januari 2026 spannen GA en DWP zich actief in om doorstroming te bevorderen. Hiervoor worden afspraken gemaakt over het vergroten van het aanbod in middenhuur, het stimuleren van sociale koop, het toepassen van voorrangsregels bij toewijzing en het verruimen van de vrije toewijzingsruimte. De voortgang wordt jaarlijks geëvalueerd.
Q1 2026   Wonen GA en DWP
  Monitoren woonruimteverdeelsysteem 50/50
In Q2 2026 monitort de DWP het woonruimteverdeelsysteem “50/50”. De uitkomsten worden gedeeld in een tripartite overleg met HV en GA in Q2 2026.
Q2 2026 Q3 2026 DWP
Betaalbaarheid

 

Gezamenlijke inzet tegen armoede
Vanaf januari 2026 blijven GA en DWP zich actief inzetten om armoede onder huurders te verminderen. Dit gebeurt via gezamenlijke inzet op vroeg signalering, schuldhulpverlening en preventieve ondersteuning, met jaarlijkse rapportage van resultaten.
Q1 2026 Q4 2027 Sociaaldomein GA en DWP
  Voorkomen van huisuitzettingen bij betalingsachterstanden
Vanaf januari 2026 blijven GA en DWP het uitgangspunt hanteren dat bij betalingsachterstanden altijd eerst persoonlijk contact wordt gezocht met de huurder. Doel is om een passende oplossing te vinden en huisuitzetting te voorkomen.
Q1 2026 Q4 2027 Sociaaldomein GA en DWP
  Evaluatie gezamenlijke aanpak schuldenproblematiek
In Q3 2026 evalueren GA en DWP de bestaande afspraken over de gezamenlijke aanpak van schuldenproblematiek. Indien nodig worden deze afspraken herijkt en vastgelegd in een geactualiseerd document gezamenlijke aanpak schuldenproblematiek.
Q3 2026 Q2 2027 Sociaaldomein GA en DWP

 

 

Thema 2 – Ouderen en aandachtsgroepen

2.1. Ouderen

Actielijn Doel Start Eind Verantwoordelijke
Passend wonen Inzicht in woningbehoefte ouderen en aandachtsgroepen
Uiterlijk in 2026 hebben GA, DWP en HV gezamenlijk de behoefte en opgave in beeld aan woonvormen voor ouderen en aandachtsgroepen voor de komende tien jaar. Dit inzicht wordt gebaseerd op het kader ouderenhuisvesting (woondeal 1.1), demografische prognoses, zorgbehoefte en woonvoorkeuren. (Woonbehoefteonderzoek en enquête 2025)
Q1 2026 Q4 2026 Wonen DWP en GA
  Afspraken over aandeel ouderenhuisvesting en woonzorgzones
Op basis van de behoefteanalyse leggen GA en DWP uiterlijk Q4 2026 vast welk aandeel van de nieuwbouw en transformatieprojecten bestemd is voor ouderenhuisvesting. Daarnaast wordt gezamenlijk onderzocht waar woonzorgzones en zorgzame buurten het beste gerealiseerd kunnen worden, met een eerste voorstel voor minimaal twee locaties in Q1 2027.
Q4 2026 Q1 2027 DWP en GA
Langer zelfstandig thuis wonen Voortzetting van programma’s voor zelfstandig wonen
Vanaf januari 2026 zetten GA, DWP en HV de programma’s “Comfortabel Thuis”, “levensloop gesprekken, langer thuis” en “Praat Vandaag over Morgen” voort. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord en waar nodig aangepast om beter aan te sluiten bij de behoeften van ouderen en aandachtsgroepen. DWP kijkt daarbij naar de mogelijkheden om succesvolle elementen uit comfortabel thuis op te nemen in hun reguliere werkwijze.
Q1 2026   Ouderenbeleid GA
  Evaluatie afspraken WMO en herijking
In Q3 2026 evalueren GA en DWP de bestaande afspraken rondom de WMO. Indien nodig worden deze afspraken herijkt en vastgelegd in een geactualiseerd document waarbij we aandacht hebben voor de beschikbaarheid, de toewijzing en de financiering.
Q3 2026 Q2 2027 Beleidsmedewerker WMO GA en DWP

 

2.2 Aandachtsgroepen

Actielijn Doel Start Eind Verantwoordelijke
Woningtoewijzingen Sturen op draagvlak en draagkracht in de wijk
Vanaf januari 2026 sturen GA en DWP actief op een evenwichtige bewonersmix per buurt. Bij toewijzing en projectontwikkeling wordt rekening gehouden met draagvlak en draagkracht, met jaarlijkse evaluatie van sociale cohesie en leefbaarheid.
Q1 2026   DWP en GA
  Evaluatie welkomstgesprekken en terugkoppeling
In Q2 2026 evalueren de DWP en GA de welkomstgesprekken met nieuwe huurders. De uitkomsten worden gedeeld in een tripartite overleg met HV en GA in Q3 2026. Indien nodig worden afspraken aangepast om de integratie en betrokkenheid van nieuwe bewoners te verbeteren.
Q2 2026 Q3 2026 DWP en GA
  Vasthouden aan bestaande afspraken huisvesting aandachtsgroepen
Totdat de regionale huisvestingsverordening is vastgesteld, blijven GA en DWP de bestaande afspraken over huisvesting van aandachtsgroepen (zoals Housing First, crisiswoningen en convenantwoningen) hanteren. Deze afspraken worden jaarlijks gemonitord.
2026   beleidsmedewerker zorg & veiligheid GA en DWP
  Herijking afspraken na vaststelling regionale huisvestingsverordening
Na vaststelling van de regionale huisvestingsverordening uiterlijk Q4 2026, beoordelen GA en DWP hoe bestaande afspraken hierin opgaan. Indien nodig worden nieuwe afspraken gemaakt en vastgelegd in een geactualiseerd document.
Q1 2027   generalist preventie en gezondheid GA en DWP
Statushouders Gezamenlijke inspanning voor taakstelling vergunninghouders
Vanaf januari 2026 verplichten GA en DWP zich tot een gezamenlijke inspanning om op lokaal niveau invulling te geven aan de huisvesting van vergunninghouders, conform de taakstelling die het Rijk vaststelt. De voortgang wordt per kwartaal besproken in ambtelijk overleg.
Q1 2026   DWP en GA
  Afspraken over toewijzing van vrijkomende woningen
DWP levert een bijdrage aan de taakstelling door maximaal 10% van de jaarlijks vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan statushouders. Om de volledige taakstelling te realiseren binnen dit maximum percentage stemmen GA en DWP af over de inzet van instrumenten zoals toewijzingsafspraken, passende huisvesting  en beter benutten van de beschikbare voorraad door bijv. kamergewijze verhuur.
Q1 2026   DWP en GA
  Zoeken naar alternatieve (tijdelijke) huisvesting
Vanaf januari 2026 zoekt de GA actief binnen haar mogelijkheden naar alternatieve huisvesting voor vergunninghouders, zoals het benutten van leegstaande bedrijfspanden of tijdelijke woonunits. Minimaal twee concrete locaties worden onderzocht en beoordeeld op haalbaarheid in 2026.
Q1 2026 Q4 2026 GA
Evenredige verdeling (fair share) Uitvoering en monitoring fair share verdeling
Vanaf 2026 maken GA en DWP lokaal afspraken over de uitvoering van de fair share verdeling passend binnen de regionale afspraken. De DWP monitort jaarlijks de verhouding tussen toewijzingen aan reguliere woningzoekenden en aandachtsgroepen. Deze verdeling wordt besproken in ambtelijk en bestuurlijk overleg.
Q1 2026   DWP

 

 

Thema 3 – Leefbaarheid

Actielijn Doel Start Eind Verantwoordelijke
Sociale leefbaarheid Leefbaarheid opgenomen in volkshuisvestingsprogramma
Vanaf januari 2026 is leefbaarheid structureel opgenomen in het volkshuisvestingsprogramma van de GA, met aandacht voor ontmoeting, sociale voorzieningen en de versterking van de sociale basisinfrastructuur. Jaarlijks wordt de voortgang geëvalueerd.
Q1 2026   GA
  In kaart brengen leefbaarheid buurten
In 2026 brengen GA en DWP gezamenlijk de leefbaarheid van buurten in kaart. De DWP gebruikt haar gebiedskaarten/foto’s als basis. In Q3 organiseren we in tripartite verband een themasessie gebiedsgerichte inzet leefbaarheid om de concrete opgave in beeld te krijgen.
Q1 2026 Q3 2026 DWP en GA
Investeringen in sociale leefbaarheid Gezamenlijke inzet van leefbaarheidsbudget
In 2026 bepalen GA en DWP gezamenlijk hoe en waar het beschikbare budget voor leefbaarheid wordt ingezet. Uiterlijk Q4 2026 wordt een gezamenlijke prioriteitenlijst opgesteld op basis van gebiedsanalyses en signalen uit de wijk. De inzet van middelen wordt jaarlijks geëvalueerd en afgestemd in bestuurlijk overleg.
Q1 2026 Q4 2026 DWP en GA
  Inzet van instrumenten bij huisvesting aandachtsgroepen
Vanaf januari 2026 blijven GA en DWP bij de huisvesting van aandachtsgroepen gerichte instrumenten in zetten om sociale leefbaarheid te waarborgen. Zowel preventief als reactief. Denk aan welkomstgesprekken, bijlagen bij huurcontracten, gedragsaanwijzingen, buurtbemiddeling en (ambulante) woonbegeleiding. De inzet wordt jaarlijks geëvalueerd.
Q1 2026   DWP en GA
  Signaleringsfunctie huurdersvereniging
Vanaf 2026 wordt de signaleringsfunctie van HV in het kader van leefbaarheid structureel versterkt. GA en DWP bespreken minimaal twee keer per jaar met HV de signalen en formuleren gezamenlijk acties hierop
Q1 2026   HV, DWP en GA
Borgen vitaliteit en toekomstbestendigheid van buurten en dorpen Uitwerking dorpsvisies voor twee kernen
In 2026 werken GA en DWP actief mee aan de uitwerking van de dorpsvisies die zijn opgesteld voor twee kernen. Uiterlijk Q2 2027 worden per kern concrete uitvoeringsplannen opgesteld met aandacht voor wonen, leefbaarheid en voorzieningen.
Q1 2026 Q2 2027 DWP en GA
Veiligheid

 

Voortzetting buurtbemiddeling volgens afspraken
Vanaf januari 2026 zetten GA en DWP de inzet van buurtbemiddeling voort conform de bestaande afspraken. Jaarlijks wordt de werking en het bereik van buurtbemiddeling geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
2026    
  Afspraken over gegevensuitwisseling in convenantvorm
In 2026 onderzoeken GA, DWP en betrokken partijen hoe we afspraken over gegevensuitwisseling in het kader van leefbaarheid en samenwerking willen en kunnen vastleggen. Deze afspraken worden uiterlijk Q3 2027 vastgelegd in een convenant dat voldoet aan privacywetgeving en wordt jaarlijks herzien.
2026 Q3 2027 Adviseur Openbare Orde en Veiligheid GA

 

 

 

 

 

 

Thema 4 – Duurzaamheid

Actielijn Doel Start Eind Verantwoordelijke
Aardgasvrij

 

Verkenning koppelkansen verduurzaming en uitvoeringsplannen
In 2026 verkennen GA en DWP gezamenlijk waar koppelkansen liggen tussen de verduurzamingsplannen van de DWP en de buurt-/dorpsuitvoeringsplannen van de GA. De samenwerking richt zich op het delen van informatie, het benutten van gezamenlijke uitvoeringskracht en het voorkomen van dubbel werk of belemmeringen. Uiterlijk Q4 2026 wordt een overzicht van concrete koppelkansen opgesteld.
2026 Q4 2026 Strategisch adviseur duurzaamheid GA en DWP
  Vroegtijdige betrokkenheid DWP bij warmteprogramma
De GA betrekt de DWP vanaf 2026 vroegtijdig bij het opstellen van het warmteprogramma. Doel is om koppelkansen te creëren met de verduurzamingsplannen van de DWP. De samenwerking wordt vastgelegd in een werkagenda en afgestemd in het bestuurlijk overleg.
2026   Strategisch adviseur duurzaamheid GA
Netcongestie Afstemming planning met Liander
Vanaf 2026 stemmen GA en DWP ieder afzonderlijk hun planningen af met netbeheerder Liander. Doel is om tijdige aansluiting van energievoorzieningen bij nieuwbouw en renovatieprojecten te waarborgen en knelpunten in de uitvoeringsplanning te voorkomen.
2026   DWP en GA
Sturen op warmtevraagreductie Jaarlijkse terugkoppeling over uitfasering slechte labels en warmtereductie-pad
Vanaf 2026 geven DWPs jaarlijks een terugkoppeling aan GA en HV over de voortgang van het uitfaseren van EFG-labels en de uitvoering van het warmtereductie-pad.
2026   DWP
  Monitoring afname EFG-labels
De DWP monitort vanaf 2026 actief de afname van woningen met energielabel E, F en G. Uiterlijk Q4 van elk jaar wordt inzicht gegeven in de aantallen en de gerealiseerde verbeteringen, als onderdeel van de jaarlijkse rapportage.
2026   DWP
  Inzicht in afname warmtevraag via warmtereductie-pad
De DWP brengt vanaf 2026 via het warmtereductie-pad de afname van de gemiddelde warmtevraag van de woningvoorraad in beeld. Deze gegevens worden jaarlijks gedeeld met GA en HV en gebruikt voor het bijstellen van verduurzamingsstrategieën.
2026   DWP
  Monitoring van bovenstaande afspraken

De terugkoppeling van bovenstaande monitoring gebeurt in een themabijeenkomst waarbij ook klimaat adaptatie en hitte stress worden meegenomen.

2026   DWP
Klimaatadaptatie en onderhoud

 

Gezamenlijke regie en prioritering van projecten
Vanaf 2026 trekken GA en DWP gezamenlijk op bij projecten, waarbij de GA de regierol vervult. Samen stemmen zij af welke projecten en wijken prioriteit krijgen, met als doel het benutten van koppelkansen en het voorkomen van versnippering. Uiterlijk Q4 2026 wordt een gezamenlijke projectkalender opgesteld.
Q1 2026 Q4 2026 Adviseur klimaat openbare ruimte GA en DWP
  Vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsvorming
Vanaf januari 2026 betrekken GA en DWP elkaar structureel bij het opstellen van nieuw beleid dat raakt aan klimaatadaptatie. Beleidsvoorstellen worden vooraf besproken en afgestemd op gezamenlijke doelen.
2026   Adviseur klimaat openbare ruimte GA en DWP
  Klimaatrisico’s en gezamenlijke aanpak
In 2026 gaan de DWP met GA en HV het gesprek aan over klimaatrisico’s zoals hittestress, wateroverlast en verdroging. Doel is om zoveel mogelijk in te zetten op een gezamenlijke aanpak, bundeling van middelen en gerichte communicatie. Dit is onderdeel van de thema bijeenkomst zoals benoemd bij 4.3.
2026   HV, DWP en GA
Soortenmanagementplan (SMP)

 

Opstellen van SMP’s in samenwerking
In 2026 start GA met het opstellen van SMP’s (Strategische Meerjaren Plannen). Uiterlijk Q4 2026 zijn de eerste concepten gereed voor minimaal twee gebieden, afgestemd op lokale opgaven en beleidsdoelen.
2026 Q4 2026 Adviseur duurzaamheid GA
  Actieve communicatie over voortgang SMP’s
In 2026 communiceert de GA actief richting DWP en inwoners over de voortgang en het proces van het opstellen van SMP’s. Dit gebeurt via nieuwsbrieven, bewonersbijeenkomsten en digitale platforms, met minimaal één update per kwartaal.
2026   Adviseur duurzaamheid GA
Duurzame (ver)bouw Lokale afspraken over circulariteit
Zodra het beleid rondom circulariteit verder is geconcretiseerd, stemmen DWP, GA en HV gezamenlijk af welke afspraken lokaal worden gemaakt.
Q1 2027 Q4 2027 Adviseur duurzaamheid GA
Toekomstbestendig bouwen

 

Toepassing circulaire en bio-based materialen
Vanaf 2026 passen GA en DWP circulaire en/of bio-based materialen toe in projecten, mits dit niet leidt tot kostenverhoging.
2026   DWP en GA
  Herziening gemeentelijk uitnodigingskader
In 2026 herziet de GA het gemeentelijk uitnodigingskader, waarbij het Gelders kader wordt meegenomen. De DWP wordt vroegtijdig betrokken bij deze herziening en bij eventuele nieuwe beleidskeuzes. Uiterlijk Q4 2026 wordt het herziene kader vastgesteld en gedeeld met betrokken partijen.

 

Q2 2026 Q4 2026 GA

 

 

Algemene Ledenvergadering op 15 mei 2025

 

Hierbij nodigen wij u uit voor de Algemene Ledenvergadering van Huurdersvereniging Dinxperlo op donderdag 15 mei a.s. om 19.30 uur in zaal “Old Dutch”, Maurits Prinsstraat 28 te Dinxperlo.

 

Agenda

  1. Opening/welkom/mededelingen
  2. Vaststellen agenda
  3. Notulen Algemene Ledenvergadering van 16 mei 2024
  4. Jaarverslag 2024
  5. Financieel verslag 2024
  6. Verslag kascommissie/benoeming nieuw kascommissielid
  7. Statuten verandering, een half uur voor de vergadering liggen de statuten ter inzage.
  8. Bestuursverkiezing:

Dhr. George Angenent aftredend en herkiesbaar.

Dhr. Frans Vreemann aftredend en niet herkiesbaar.

Nieuwe kandidaten kunnen tot 24 uur vóór de vergadering worden ingediend bij het secretariaat, p/a. I. de Keijzerstraat 28, 7091 GX Dinxperlo, vergezeld van een schriftelijke verklaring van de kandidaat dat hij/zij de eventuele benoeming aanvaardt.

 

Pauze met verloting

 

Onze gastspreker wethouder dhr. Ted Kok, zal ons bijpraten over belangrijke ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, leefbaarheid, infrastructuur enz. in Dinxperlo.

  1. Rondvraag, vragen voor de rondvraag svp voor aanvang van de vergadering schriftelijk indienen.
  2. Sluiting

Met vriendelijke groet,

Namens Huurdersvereniging Dinxperlo.

 

Henny Giesen,

secretaris.

 

Actie-agenda sociale huursector Aalten 2024

Actieagenda Sociale huursector Aalten 2024

In de meerjarenprestatieafspraken hebben de gemeente Aalten, De Woonplaats, Huurdersvereniging ’t Walfort en Huurdersvereniging Dinxperlo benoemd hoe zij samen de opgaven voor de sociale huur de komende jaren (2022-2026) willen oppakken. Binnen deze meerjarenafspraken hebben we gekeken bij welke maatregelen we voor het komende jaar de prioriteit leggen. Dat hebben we vastgelegd in deze Actieagenda 2024.

We zitten in een periode waarin de druk op de woningmarkt steeds verder toeneemt en de stijgende energieprijzen een groot effect hebben op de bestedingsmogelijkheden van huurders. Daarnaast zijn nieuwe en tijdelijke woningbouwlocaties, bijzondere doelgroepen, waaronder statushouders en ouderen belangrijke thema’s. Dit zijn dan ook de centrale thema’s die in de actieagenda 2024 verder worden uitgewerkt.

Thema 1: Beschikbaarheid

Gemeente Aalten heeft in het kader van de Nationale woon- en Bouwagenda en de regionale woonagenda

Achterhoek de ambitie om tot 2030 750 woningen tot 950 woningen te bouwen in het huur- en koopsegment. Partijen gaan op dit moment uit van een groeiopgave in de gemeente Aalten. De Woonplaats spant zich in om minimaal 128 sociale woningen in de sociale huursector als onderdeel van deze totale opgave te realiseren.

Partijen maken de afspraak tot adaptief programmeren. Dit betekent dat we de ambities bijstellen (naar boven of beneden) als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.

Concrete afspraken voor 2024:

Er worden 56 sociale huurwoningen opgeleverd aan de Ludgerstraat.

De planvorming voor de realisatie van 11 sociale huurwoningen aan de Hogestraat wordt afgerond. We streven naar start bouw eind 2024 of uiterlijk 2025.

De gemeente wil met De Woonplaats gaan samenwerken op nieuwe locaties voor het realiseren van de (resterende) sociale huuropgave:

Voor uitleglocatie ’t Beggelder in Dinxperlo ligt een woningbouwopgave van ca. 220 woningen.

Dit betekent, bij een minimaal 28% sociale huur, een opgave van 62 sociale huurwoningen. De Woonplaats en de gemeente Aalten werken samen bij het maken van afspraken over de realisatie van de sociale huuropgave met de betreffende marktpartijen.

Op diverse te ontwikkelen locaties, waaronder de locatie Slingeplas in Bredevoort, gaat de gemeente in gesprek met De Woonplaats over de planvorming en de wensen en de mogelijkheden voor de realisatie van sociale huurwoningen.

o Sociale kavelprijs: om de nieuwbouwopgave te realiseren in de gemeente Aalten is de

Woonplaats voor bouwgrond deels afhankelijk van marktpartijen en de gemeente om sociale huurwoningen te kunnen realiseren. Bij een sociale huurwoning hoort een betaalbare grondprijs, of te wel een sociale kavelprijs. Partijen komen een sociale kavelprijs met nader te bepalen omvang in vierkante meters met elkaar overeen die het uitgangspunt vormt voor nieuwbouwontwikkelingen binnen de gemeente Aalten.

De gemeente Aalten neemt in exploitatieovereenkomsten (anterieur) een verplichte taakstelling voor de realisatie van sociale huurwoningen op. Daar waar het gemeentegrond betreft gaan we inventariseren of we kunnen komen tot een vaste grondprijs voor sociale huur. o In exploitatieovereenkomsten met ontwikkelaars wordt De Woonplaats als verplichte eerste gesprekspartner/preferred supplier voor realisatie en exploitatie van sociale huurwoningen opgenomen.

Q De gemeenten Aalten en De Woonplaats maken gezamenlijk optimaal gebruik van diverse landelijke en provinciale subsidiestromen.

Er ligt een wens voor een woningbouwopgave in de kleine kernen van de gemeente Aalten (IJzerlo, Lintelo, De Heurne en eventueel in de toekomst Haart) . In de programmeringsafspraken wordt uitgegaan van 28% sociale huur voor een betere betaalbaarheid en beschikbaarheid voor de sociale doelgroep. De Heurne en Bredevoort maken dorpsontwikkelingsplannen waarin de betaalbaarheid en beschikbaarheid van het wonen belangrijke thema’s zijn. IJzerlo en Lintelo hebben dit al gedaan. De Woonplaats bouwt op dit moment alleen in de hoofdkernen waar al woningen in bezit zijn van De

Woonplaats en waar de voorzieningen zijn geconcentreerd. De Woonplaats gaat met de gemeente Aalten in gesprek over de specifieke woningbehoefte van de kleine kernen en de ruimtelijke opgave die daarbij gewenst is om te bepalen of De Woonplaats woningen wil realiseren.

Afspraken om de beschikbaarheid op korte termijn te vergroten:

We zien dat de bijzondere toewijzingen een steeds groot aandeel innemen in het totale aantal verhuringen. Voor 2024 verwachten we een verdere toename van bijzondere toewijzingen. Om een gezonde balans te houden tussen bijzondere en reguliere verhuringen willen we maatregelen onderzoeken hoe we de beschikbaarheid van de sociale woningvoorraad op korte termijn kunnen vergroten:

Flexwonen: De gemeente en De Woonplaats doen een verkenning naar de realisatie van flexwoningen op tijdelijke, snel te ontwikkelen locaties. Hiermee spelen we in op de snel toegenomen druk op de sociale huurmarkt en willen we de piek in de vraag verlichten. De flexwoningen zijn een aanvulling op de bestaande ambitie van De Woonplaats om de sociale huurwoningvoorraad uit te breiden met permanent woningen In de verkenning gaan we de haalbaarheid (financieel, maatschappelijk en juridisch) verder onderzoeken.

De Woonplaats spant zich in om de leegstand van sociale huurwoningen verder terug te dringen. De Woonplaats zet zich in om de periode van leegstand bij de verduurzamingsopgave zo kort mogelijk te houden.

O            De gemeente en De Woonplaats spannen zich in om gemeentelijk leegstaand vastgoed en leegstaand vastgoed van De Woonplaats te transformeren naar tijdelijke of permanente huisvesting voor spoedzoekers / verschillende aandachtsgroepen.

o             Gemeente en De Woonplaats onderzoeken de mogelijkheden om voor leegstaand vastgoed, niet zijnde reguliere sociale huurwoningen in de bestaande voorraad, de mogelijkheden van splitsing en kamergewijze verhuur te verkennen voor specifieke doelgroepen.

O            Het is vanwege de krapte op de woningmarkt belangrijk om de beschikbaarheid te monitoren. Hiervoor bespreken de partners twee keer per jaar de woonruimteverdelingscijfers in het tripartite overleg.

Woonruimteverdeling: op dit moment wordt het beleid met de toewijzingsregels geëvalueerd, onder andere wordt hierbij gekeken naar de ervaringen met het huidige lotingsysteem. Het huurdersplatform en de gemeente worden hierin betrokken. In 2024 zullen er eventuele nieuwe toewijzingsregels worden opgesteld en geïmplementeerd door De Woonplaats.

Thema 2: Bijzondere doelgroepen en wonen met zorg

Het aantal kwetsbare huishoudens neemt toe. Het gaat bijvoorbeeld om vergunninghouders, mensen die uitstromen uit beschermd wonen of de maatschappelijke opvang. Deze mensen hebben vaak behoefte aan een betaalbare sociale huurwoning en een goede ondersteuning om zich in hun zelfstandige woonsituatie te redden.

Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Dit is ingegeven door het overheidsbeleid en ouderen vinden het vaak ook prettig om zelfstandig te wonen mits er voldoende zorg en ondersteuning aanwezig is als dat nodig is.

Concrete afspraken:

  1. De Woonplaats start in Dinxperlo met een pilot project ‘Comfortabel Thuis’, een doorontwikkeling van het project ‘Zlimsamen’ uit 2022. Het is een aanpak die ontwikkeld is binnen de Achterhoekse corporaties en is bedoeld om in gesprek te komen met 65-plussers (niet zijnde woonachtig in een 55 plus woning) over hun woonsituatie. Het doel is om behoeften en kansen in kaart te brengen en belemmeringen in de woonsituatie van ouderen weg te nemen zodat lang zelfstandig wonen mogelijk is. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van aanpassingen of door te verhuizen naar een meer geschikte woning. Partijen maken afspraken over de concrete invulling van de pilot en de samenwerking en afstemming met de gemeentelijke aanpak ‘Heerlijk thuis in huis’, die gericht is op eigenaar bewoners. Halverwege het jaar wordt de pilot op initiatief van de Woonplaats geëvalueerd.
  2. In het kader van de gemeentelijke taakstelling huisvesting statushouders levert De Woonplaats een belangrijke bijdrage in het bieden van betaalbare huisvesting. Daarnaast geeft de Woonplaats uitvoering aan reeds gemaakte afspraken over de huisvesting van andere bijzondere doelgroepen zoals de uitstroom van beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Dit doet de Woonplaats naar vermogen, waarbij ook steeds de balans wordt gezocht met de beschikbaarheid voor reguliere woningzoekende die de Woonplaats moet huisvesten. We hebben in tripartite verband de taak om draagvlak te creëren in de samenleving voor het huisvesten van de verschillende bijzondere doelgroepen. Communicatie en samenwerking zijn hierin essentieel.
  3. Er is periodiek afstemmingsoverleg tussen de gemeente en De Woonplaats over de koppelingen van statushouders aan de gemeente en de aanvragen voor gezinshereniging om daarmee de voortgang van de taakstelling te borgen.
  4. De regio 8RHK werkt aan een visie op wonen en zorg. De Woonplaats en De gemeente Aalten leveren in regionaal verband hun inhoudelijke bijdrage aan dit proces. De gemeente Aalten betrekt De Woonplaats pro- actief bij de lokale uitwerking van de regionale woonvisie.
  5. Afhankelijk van de evaluatie van het project de Kattenberg, waar mensen met dementie en hun partner kunnen wonen met 24-uur zorg, bekijken we of we dit project voor de Kattenberg willen voortzetten en eventueel ook op andere locaties willen starten.

Thema 3 Duurzaamheid en wijkaanpak

Het verduurzamen van de woningvoorraad en het klimaatadaptief en biodivers maken van de omgeving zijn belangrijke speerpunten. Hiermee dragen we bij aan betaalbare woonlasten en een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. In een wijkaanpak kunnen we gericht, integraal en samen met onze inwoners en huurders de opgaven aanpakken.

Concrete afspraken:

  1. De Woonplaats geeft prioriteit aan het verduurzamen van woningen met een E, F en G label Hiermee dragen we bij aan het tegengaan van energiearmoede onder huurders en het terugdringen van de C02 uitstoot.
  2. De Woonplaats verduurzaamt eengezinswoningen volgens de N=l methode. Dit houdt in dat woningen bij mutatie of op verzoek van de huurder worden verduurzaamd zonder huurverhoging. Het tempo van de verduurzaming houdt De Woonplaats in de gaten. Bij stagnatie worden huurders actief
  3. De Woonplaats begint met de aanpak van de verduurzaming van meergezinswoningen. In 2024 wordt deverduurzaming van het VvE complex aan de Tubantenstraat afgerond waar 20 woningen (waarvan 15 sociale huurwoningen) worden verduurzaamd. Daarnaast worden ook enkele andere complexen verduurzaamd waarover met de betreffende huurders nog gecommuniceerd gaat worden.
  4. De gemeente Aalten onderzoekt de mogelijkheid van de inzet van een VVE lening van SVn voor het verduurzamen van VvE complexen en betrekt De Woonplaats bij de afwegingen.
  5. De Woonplaats zet in op een vervolg van de pilot van de woningen aan de Neptunus en Andromeda en Orion om woningen te isoleren met bio based en circulaire materialen. De gemeente Aalten is als partner bij dit ‘Samen Biobased Bouwen’ traject betrokken.
  6. In het kader van de gemeentelijke Warmtetransitievisie en het uitvoeringsplan klimaatadaptatie werken we samen aan wijkuitvoeringsplannen in die gebieden waar De Woonplaats bezit heeft. Het Wijkuitvoeringsplan Dinxperlo Oost is in 2023 van start gegaan. In het kader van de wijkaanpak Dinxperlo Oost werken we gericht samen om huurders en particulieren actief te bewegen tot het verduurzamen van hun woning.

 

 

 

‘II december 2023 te Aalten,

Mevrouw L. de Slegte De heer G. Angenent
Huurdersvereniging ’t Walfort (Aalten) Huurdersvereniging Dinxperlo

De heer L. Buiting

 

 

concept statuten 2023

cliëntnrs.: 731, 24528, 24492, 14559, 11158, B2456

 

zaaknr.: 22887 PM/AS / 06-04-2023

Model voor de oprichting van een vereniging.

Indien één komparant, dan zowel kop als slot aanpassen !

 

VERENIGING

 

Vandaag, twee en twintig januari tweeduizend vijftien, verschenen voor mij, Mr Peter Robert Moerland, notaris gevestigd in de gemeente Aalten:

  1. de heer GEORGE ANGENENT, wonende Reehorsterlaan 19 te 7091 VC Dinxperlo, geboren te Dinxperlo op dertien augustus negentienhonderd vijf en veertig (Nederlandse Identiteitskaart nummer: IP1DK6P59, uitgegeven te Aalten op één en dertig mei tweeduizend tien), weduwnaar van mevrouw Willy Vreemann;

 

  1. mevrouw HENDRIKA CATHARINA MASSELINK, wonende I. de Keijzerstraat 28 te 7091 GX Dinxperlo, geboren te Dinxperlo op zeven november negentienhonderd drie en vijftig (Nederlandse Identiteitskaart nummer: IM0R3C617, uitgegeven te Aalten op dertig augustus tweeduizend twaalf), gehuwd met de heer Theodorus Hendrikus Johannes Giesen;
  2. mevrouw WILHELMINA BERENDINA HENDRIKA GERRITSEN, wonende Molenhof 4 te 7091 CW Dinxperlo, geboren te Dinxperlo op negen oktober negentienhonderd één en veertig (Nederlandse Identiteitskaart nummer: IPPCJ2630, uitgegeven te Aalten op twee april tweeduizend twaalf), weduwe van de heer Johannes Wilhelmus Theodorus Steentjes, thans ongehuwd;
  3. de heer FRANS GERRIT JOHAN VREEMANN, wonende Rooseveltstraat 23 te 7091 XP Dinxperlo, geboren te Dinxperlo op tien september negentienhonderd negen en dertig (Nederlandse Identiteitskaart nummer: IM0L34675, uitgegeven te Aalten op negentien september tweeduizend elf), weduwnaar van mevrouw Jozefina Franciska Theodora Tempels.

De comparanten verklaarden bij deze op te richten een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en daarvoor vast te stellen de navolgende

 

S T A T U T E N

 

 

NAAM, ZETEL EN DUUR

 

Artikel 1

  1. De vereniging is een onafhankelijke huurdersorganisatie en draagt de naam: HUURDERSVERENIGING DINXPERLO.
  2. Zij is statutair gevestigd te Dinxperlo, gemeente Aalten.
  3. De vereniging is opgericht op 22 januari 2015 aangegaan voor onbepaalde tijd.

 

 

 

DOEL EN MIDDELEN

 

Artikel 2

De vereniging heeft ten doel de belangen te behartigen van de huurders van de Woonplaats in het algemeen en haar leden in het bijzonder binnen het werkgebied van de navolgende gemeentedelen: Wehl (behorend tot de huidige gemeente Doetinchem), Ulft (behorend tot de huidige gemeente Oude IJsselstreek), ’s-Heerenberg (behorend tot de huidige gemeente Montferland) en Dinxperlo (behorend tot de huidige gemeente Aalten).

 

Artikel 3

 

De vereniging tracht haar doel te bereiken door:

  1. het opbouwen en in stand houden van een organisatie;
  2. het beleggen van bijeenkomsten, het verstrekken van informatie, het deelnemen aan overleg, het voeren van acties en het opkomen voor de belangen van de bij haar aangesloten leden;
  3. het vergroten van de betrokkenheid van de bewoners bij het beleid en beheer van de woningen door het bevorderen van het tot stand komen van huurdersorganisaties, bewonerscommissies en werkgroepen;
  4. het bevorderen van een goede relatie tussen de verhuurder enerzijds en de bewoners, huurdersorganisaties en/of bewonerscommissies anderzijds;
  5. het doen van voorstellen aan de verhuurder en gemeente over onderwerpen van beleid en beheer die voor de bewoners van wezenlijk belang zijn;
  6. alle overige middelen en handelingen die bevorderlijk zijn voor verwezenlijking van de doelstellingen of hiermee verband houden

 

 

LIDMAATSCHAP

 

Artikel 4

 

  1. 1. Lid van de vereniging kunnen zijn:
  2. huurders in het werkgebied van de verhuurder
  3. eventueel: bewonerscommissies in wooncomplexen en /of huurdersorganisaties (op vestigingsniveau, in kernen/wijken) dei zich ten doel stellen de belangen te behartigen van huurders van woningen in het werkgebied huurder

 

  1. Het bestuur beslist over de toelating van leden. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk aan de betrokkene schriftelijk medegedeeld. Een afwijzend besluit wordt met redenen omkleed.
  2. Tegen een afwijzend besluit als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het afwijzend besluit schriftelijk beroep instellen bij de algemene vergadering. Het bestuur is gehouden de betreffende persoon zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van de datum van de eerstvolgende algemene ledenvergadering.

 

Artikel 5

  1. Het lidmaatschap eindigt:

 

  1. door overlijden van het persoonlijke lid;
  2. bij organisaties wanneer zij ophouden te bestaan;
  3. door opzegging van het lid;

 

  1. door schriftelijke opzegging door het bestuur; deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die door de statuten aan het lidmaatschap worden gesteld of ondanks herhaald verzoek zijn contributie niet betaalt, alsmede wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
  2. door ontzetting door het bestuur; deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging  handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

 

  1. Een lid kan zich door opzegging van zijn lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit dat betrekking heeft op wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen van de leden.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het bestuur kan alleen geschieden tegen de laatste dag van de maand en met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand.
  3. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

 

 

BESTUUR

 

Artikel 6

 

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven personen, die door de algemene ledenvergadering worden benoemd. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering.
  2. Het bestuur dient een afspiegeling te zijn van de achterban en dient bij voorkeur te bestaan zowel uit persoonlijke leden als uit de huurdersorganisatie en/of bewonerscommissies.

 

  1. Is het bestuur niet voltallig, dan behoudt het zijn bevoegdheden. Het bestuur bevordert in dat geval dat binnen een redelijke termijn in de vacature(s) wordt voorzien.

 

.

 

  1. De bestuursleden worden uit de leden gekozen door de algemene ledenvergadering. De voorzitter wordt in functie gekozen. Het bestuur verdeelt verder onderling de functies.

 

  1. Voor vacatures in het bestuur kunnen kandidaten worden gesteld door het bestuur en door ieder lid. Tijdig, één maand voor elke verkiezing stelt het bestuur de leden in kennis van het aantal vacatures.

 

 

  1. Geen bestuurslid kunnen zijn: zij die geen huurder zijn in het werkgebied van de Woonplaats, zij die huurder zijn maar niet hun hoofdverblijf hebben in het werkgebied van de verhuurder, zij die een arbeidsovereenkomst hebben met de vereniging; zij die leveranties verrichten of betaalde diensten verlenen aan de vereniging; zij die eerste graad bloed- of aanverwant zijn of gehuwd zijn (of in een duurzaam samenlevingsverband leven) met een persoon als hiervoor bedoeld.

 

Artikel 7

 

  1. Een bestuurslid wordt gekozen voor een periode die in beginsel vier jaar duurt.

 

  1. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Een bestuurslid kan in totaal ten hoogste twaalf jaar aaneengesloten bestuurslid zijn.

 

  1. Elke twee jaar vindt een verkiezing van bestuurders plaats. Bij de ene verkiezing treedt de helft, zo nodig afgerond naar boven, van de bestuursleden af, bij de volgende verkiezing de overige bestuursleden. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op. Een bestuurslid treedt in functie aan het einde van de vergadering waarin de verkiezing plaatsvindt.

 

  1. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
  2. Wie gekozen wordt in de plaats van een tussentijds afgetreden bestuurslid, neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
  3. Bij herverkiezing worden dezelfde regels in acht genomen die voor verkiezingen gelden.
  4. Indien een bestuurder tijdelijk of definitief niet in staat is zijn bestuursfunctie uit te oefenen, kan het bestuur een tijdelijke bestuurder benoemen. Deze benoeming wordt aan de eerstvolgende vergadering voorgelegd ter bekrachtiging.

 

Artikel 8

 

  1. Een bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door het bestuur en door de algemene ledenvergadering worden ontslagen of geschorst.
  2. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  3. Een voor ontslag voorgedragen bestuurslid heeft toegang tot de ledenvergadering waarin het besluit tot ontslag wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
  4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts als het bestuurslid zelf ontslag neemt.

 

 

VERGADERINGEN EN BESLUITEN BESTUUR

 

Artikel 9

  1. Ten minste vier maal per jaar wordt een bestuursvergadering gehouden en verder wanneer dit door de voorzitter of ten minste twee bestuursleden nodig wordt gevonden.
  2. De oproeping tot de vergadering gebeurt met inachtneming van een termijn van ten minste vijf werkdagen, waarbij de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend.
  3. De oproeping gebeurt schriftelijk onder vermelding van de plaats en het tijdstip van de vergadering en de te behandelen onderwerpen.
  4. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiest het bestuur uit haar midden een vervangend voorzitter.

 

  1. Van hetgeen besproken en besloten is, worden door de secretaris notulen gemaakt. Deze notulen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

 

  1. Besluiten kunnen slechts worden genomen over onderwerpen die bij de oproeping zijn medegedeeld.
  2. Het bestuur kan alleen rechtsgeldig besluiten nemen in een vergadering waar ten minste de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is. Is het vereiste aantal niet aanwezig, dan wordt een tweede vergadering bijeen geroepen waarin ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden besluiten kunnen worden genomen over de punten die op de agenda stonden van de in het vorige lid bedoelde vergadering. De leden 2 en 3 van dit artikel zijn ook op de tweede vergadering van toepassing.
  3. Zijn ter vergadering alle bestuursleden aanwezig, dan kunnen besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen.

 

  1. Het bestuur kan besluiten dat elektronisch stemmen is toegestaan voor een specifieke bestuursvergadering, dan wel voor alle bestuursvergaderingen.
  2. Het bestuur kan besluiten dat elektronische deelname aan de bestuursvergadering is toegestaan voor een specifieke bestuursvergadering, dan wel voor alle bestuursvergaderingen.

 

Artikel 10

  1. Indien een meerderheid van het bestuur, of het voltallige bestuur niet meer functioneert door ontstentenis of belet kan een bijzondere algemene vergadering bijeen worden geroepen.
  2. Deze vergadering kan door ten minste vijf leden worden opgeroepen.
  3. Op de vergadering en besluitvorming zijn overigens alle bepalingen van toepassing.
  4. De vergadering benoemt een nieuw bestuur.

 

 

Artikel 11

  1. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een blanco of ongeldige stem is geen stem.
  2. Indien een bestuurslid dit wenst, wordt schriftelijk gestemd.
  3. Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming, dan wel omtrent de inhoud van een genomen besluit – voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel – is beslissend.
  4. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een bestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  5. Een bestuurslid kan zijn stem niet door een ander laten uitbrengen.

 

  1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering.

 

 

BESTUURSBEVOEGDHEID

 

Artikel 12

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Onverminderd hetgeen in de wet of elders in deze statuten is bepaald, behoort in elk geval tot de bevoegdheid van het bestuur:
  2. het vaststellen van het jaarverslag en de jaarrekening;
  3. de voorbereiding van de begroting en het jaarwerkplan;
  4. de voorbereiding en uitvoering van verenigingsbesluiten.
  5. Het bestuur is uitsluitend na vooraf verkregen toestemming van de algemene vergadering bevoegd tot het aangaan van transacties met een financieel belang van meer dan vijfduizend euro (€ 5.000,00) en tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.

 

  1. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.

 

  1. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

 

 

 

VERTEGENWOORDIGING

 

Artikel 13

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging in buiten rechte.
  2. De vereniging kan ook vertegenwoordigd worden door twee gezamenlijk handelende bestuursleden. Het bestuur alsmede de voorzitter en secretaris kunnen zich ter zake van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid als in lid 1 bedoeld door een schriftelijk gevolmachtigde doen vertegenwoordigen, met dien verstande dat indien de penningmeester wordt gemachtigd te beschikken over banksaldi dit slechts mogelijk is binnen de volmacht nauwkeurig omschreven grenzen.

 

 

ALGEMENE VERGADERING

 

Artikel 14

 

  1. De algemene vergadering wordt gevormd door alle leden en is het hoogste orgaan van de vereniging. Aan de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Onverminderd hetgeen in de wet of elders in deze statuten is bepaald behoort in elk geval tot de bevoegdheid van de algemene vergadering:
  3. het vaststellen van het jaarwerkplan en de begroting;
  4. het vaststellen van beleidsplannen en beleidsstandpunten;
  5. de goedkeuring van de jaarrekening en het jaarverslag;
  6. de benoeming van de kascommissie voor het volgende verenigingsjaar;
  7. voorziening in eventuele vacatures.

 

Artikel 15

  1. Ten minste eenmaal per jaar wordt een ledenvergadering gehouden en verder wanneer dit door het bestuur nodig wordt gevonden.

 

  1. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19 of bij advertentie in ten minste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.

 

 

TOEGANG

 

Artikel 16

  1. De algemene ledenvergadering staat open voor de leden; huurdersorganisaties en bewonerscommissies mogen elk maximaal twee vertegenwoordigers voor de ledenvergadering afvaardigen.
  2. Geen toegang hebben geschorste vertegenwoordigers en bestuursleden, met dien verstande dat deze toegang hebben tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Zij hebben tevens het recht in die vergadering het woord te voeren.
  3. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  4. Iedere huurdersorganisatie en/of bewonerscommissie heeft twee stemmen. Indien van een lid slechts één vertegenwoordiger aanwezig is, wordt diens stem als twee stemmen gerekend. Ieder persoonlijk lid heeft één stem.
  5. De algemene vergadering kan besluiten dat elektronische deelname aan de algemene vergadering is toegestaan voor een specifieke algemene vergadering, dan wel voor alle algemene vergaderingen.

 

 

VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN

 

Artikel 17

  1. De algemene vergaderingen worden, tenzij de situatie zich voordoet als omschreven in artikel 17 lid 2, laatste zin, geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt een door het bestuur aan te wijzen ander bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

 

BESLUITVORMING

 

Artikel 18

 

  1. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  2. Besluiten kunnen slechts worden genomen over onderwerpen die bij de oproeping zijn medegedeeld. Indien de stemmen staken over een voorstel dan is het verworpen.
  3. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

 

  1. De algemene vergadering kan besluiten dat elektronisch stemmen is toegestaan voor een specifieke algemene vergadering, dan wel voor alle algemene vergaderingen.

 

 

BIJEENROEPING

 

Artikel 19

  1. De vergaderingen van de algemene vergadering worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste zeven dagen.
  2. De communicatie en oproeping kan ook plaatsvinden via elektronische weg.
  3. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.

 

 

GELDMIDDELEN

 

Artikel 20

  1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdrage van de leden, de Woonplaats, erfstellingen, subsidies, legaten, schenkingen, en andere inkomsten.
  2. Ieder lid is jaarlijks een bedrag verschuldigd, welk bedrag wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
  3. Eventuele winst kan de vereniging niet verdelen onder haar leden.

 

 

JAARVERSLAG, JAARREKENING, KASCOMMISSIE EN VERANTWOORDING

 

Artikel 21

  1. Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar ? behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering ? zijn jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid. Ook worden een balans en een staat van baten en lasten met toelichting aan de vergadering overlegd. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt.
  4. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, gedurende de termijn welke de wet daaraan stelt, te bewaren.

 

Artikel 22

  1. De getrouwheid van de jaarrekening en het jaarverslag is geregeld als er een samenstellingsverklaring bij deze stukken is gevoegd van een accountant.
  2. Is er geen samenstellingsverklaring, dan onderzoekt een kascommissie de jaarrekening en het jaarverslag van het bestuur en brengt de commissie aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  3. Een kascommissielid mag geen lid van het bestuur zijn en wordt in beginsel gekozen voor een periode die drie jaar duurt. Ieder jaar vindt de verkiezing van één commissielid plaats. Aftredende commissieleden zijn niet herkiesbaar.
  4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  5. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

 

FINANCIËLE VERANTWOORDING AAN DE VERHUURDER

 

Artikel 23

Het bestuur legt binnen de in artikel 7 lid 2 van de Wohv gestelde termijn aan de verhuurder verantwoording af over de besteding van de door de verhuurder ter beschikking gestelde gelden.

 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

 

 

  1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 

 

WERKGROEPEN

 

Artikel 25

  1. De vereniging kan besluiten tot het instellen van werkgroepen. Bij het besluit tot instelling van de werkgroep wordt aangegeven wat het doel van de werkgroep is.
  2. Een werkgroep kan bestaan uit leden en niet-leden. In een werkgroep heeft minimaal één bestuurslid zitting.
  3. Een werkgroep stelt jaarlijks een lijst met activiteiten voor het volgende kalenderjaar vast en doet beknopt verslag van de activiteiten van het afgelopen kalenderjaar. Beide worden bekend gemaakt aan de algemene vergadering.

 

 

STATUTENWIJZIGING

 

Artikel 26

 

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten minimaal zeven dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, aan alle leden toezenden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd

 

 

ONTBINDING

 

Artikel 27

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
  2. Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
  3. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
  4. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.
  5. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging moeten worden bewaard door een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon, gedurende zeven jaren na de vereffening.

 

 

RECHTSKEUZE

 

Artikel 28

Op deze akte is het Nederlands recht van toepassing.

 

SLOTBEPALING

 

 

 

WAARVAN AKTE,

in minuut opgemaakt, is verleden te Dinxperlo, op de datum in het hoofd dezer gemeld.

Na zakelijke opgave van en toelichting op de inhoud van deze akte aan de verschenen personen hebben dezen verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij ondertekend