Meerjarige regionale prestatieafspraken Achterhoek
2026 t/m 2029
Samen werken aan wonen, welzijn en leefbaarheid
Huurdersvereniging Dinxperlo
Huurdersvereniging ’t Walfort
Corporatie De Woonplaats
de Gemeente Aalten
Oktober 2025
Inleiding
De Achterhoekse gemeenten, corporaties en huurdersverenigingen hebben afgesproken de meerjarige prestatieafspraken over het realiseren van de volkshuisvestelijke opgaven in gezamenlijkheid op te pakken. Daar is alle reden toe. We werken in de Achterhoek namelijk steeds vaker samen aan dezelfde doelen en opgaven zoals beschreven in de woondeals en andere regionale visie en beleidsdocumenten, zoals de regionale woonagenda Achterhoek en de regionale woonzorgvisie. Deze opgaven zijn steeds meer ingegeven en ingekaderd door landelijke wetgeving en afspraken (Wet Versterking Regie Volkshuisvesting en de Nationale Prestatieafspraken) en provinciale beleidskaders (provinciaal woonprogramma).
Vanuit de landelijke politiek zien we een toenemende behoefte aan regie en sturing op de volkshuisvesting. Met deze gezamenlijke meerjarige prestatieafspraken 2026 t/m 2029 willen we de regionale en lokale samenwerking op het gebied van wonen verder versterken en concretiseren. We geven met de afspraken gezamenlijk en ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid invulling aan goede betaalbare woningen in vitale gemeenschappen binnen de regio Achterhoek. De regionale meerjarige prestatieafspraken zijn op lokaal niveau uitgewerkt in de concrete Tweejarige uitvoeringsagenda 2026 t/m 2027 getekend 4 december 2025.
Naast afspraken over de inhoudelijke opgaven en bijdragen van partijen maken we ook afspraken over de manier waarop we met elkaar samenwerken. We hebben vertrouwen in de manier waarop we deze samenwerking met elkaar aangaan en zullen elkaar ook de komende jaren scherp houden om ieders rol en inzet zo goed mogelijk te benutten ten gunste van de sociale doelgroep.
4 december 2025 te Aalten,
Mevrouw L. de Slegte Mevrouw H.Giesen
Huurdersvereniging ’t Walfort (Aalten) Huurdersvereniging Dinxperlo
………………………………………………. ………………………………………….
De heer T.M.M. Kok De heer G. Kaplan
Wethouder gemeente Aalten Directeur bestuurder De Woonplaats
………………………………………………… …………………………………………..
Inhoudsopgave
Hoe werken we samen?………………………………………………………………..4
Thema 1 – Beschikbaarheid en betaalbaarheid……………………………………6
Thema 2 – Ouderen en aandachtsgroepen…………………………………….….12
Thema 3 – Leefbaarheid………………………………………………………………….…16
Thema 4 – Duurzaamheid……………………………………………………………….…17
Hoe werken we samen?
Gezamenlijke ambitie
We werken met elkaar samen aan de volkshuisvestelijke opgaven op het gebied van wonen. Wij willen met deze afspraken de beoogde lange termijn effecten afstemmen en bewaken en daarbij behouden we voldoende ruimte om in te spelen op de veranderende omgeving en de lokale context. Dit doen we op basis van transparantie en vertrouwen.
De regionale meerjarige prestatieafspraken op hoofdlijnen en concrete lokale uitvoeringsagenda’s:
- De gemeenten, huurdersverenigingen en de corporaties in de Achterhoek vinden het belangrijk om de gezamenlijke, meer strategische thema’s ingegeven door landelijke, provinciale en regionale (wet-) en regelgeving leidend te laten zijn voor de samenwerking.
- De meerjarige regionale prestatieafspraken kennen een looptijd die gelijk is aan de duur van de gemeentelijke woonvisies (4 jaar) en de volkshuisvestingsprogramma’s van gemeenten. De raamovereenkomst bestaat uit landelijke, regionale en lokale afspraken op hoofdlijnen die het gewenste uiteindelijke effect beschrijven.
- Binnen de kaders van de meerjarige prestatieafspraken maken we op lokaal niveau in tripartite verband eens per twee jaar concrete afspraken gericht op realisatie in een tweejarige uitvoeringsagenda.
- De meerjarige regionale prestatieafspraken en de uitvoeringsagenda wordt vóór 15 december bestuurlijk op lokaal niveau vastgesteld.
- De gemaakte afspraken uit de uitvoeringsagenda gelden tot het moment dat (op basis van een advies) in een bestuurlijk overleg anders wordt besloten.
Bod, monitoring en evaluatie:
- In het regionale ambtelijk overleg evalueren we de regionale meerjarige prestatieafspraken na twee jaar. We zorgen dat de huurdersverenigingen of een vertegenwoordiging daarvan, hiervoor aansluit bij het overleg. De regionale prestatieafspraken worden jaarlijks gemonitord in het regionale ambtelijk overleg. We zorgen ervoor dat de huurdersverenigingen of een vertegenwoordiging daarvan aansluit bij het overleg.
- Ter voorbereiding op de lokale uitvoeringsagenda’s vindt er jaarlijks een lokale evaluatie plaats van de afspraken en brengen de corporaties vòòr 1 juli een bod op de gemeentelijke woonvisie/ volkshuisvestelijke programma’s uit aan de gemeenten en huurdersverenigingen. De gemeenteraden worden geïnformeerd over de evaluatie van de lokale uitvoeringsagenda.
- Op lokaal niveau vindt periodiek ambtelijk en bestuurlijk tripartite overleg plaats over de ontwikkelingen en voortgang van de projecten/ acties uit de uitvoeringsagenda.
- De corporaties informeren de gemeenteraden in een jaarlijkse bijeenkomst op hoofdlijnen over de ontwikkelingen en de lopende projecten in de gemeente.
Thema 1 – Beschikbaarheid & betaalbaarheid
| Nr. | Subonderwerp | Afspraak | Bron |
| 1.1 | Programmering sociale huur | Landelijk
– We geven invulling aan de beschikbaarheid van sociale huurwoningen door: 1) het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen, 2) vervangende nieuwbouw en 3) het beter benutten van de bestaande voorraad. – 30% van de nieuwbouw wordt gerealiseerd als sociale huur. Deze doelstelling geldt op niveau van de regio en gemeente (niet op projectniveau).
Regionaal – In Woondeal 1.1 wordt afgesproken wat we regionaal van 2025 tot 2035 toevoegen in de sociale huur. In de periode 2025 t/m 2030 (Woondeal 1.0) wordt 30% van de (bruto) nieuwbouwwoningen in de sociale huur gerealiseerd. – Van 2031 t/m 2034 wordt ingezet op een realisatie van minimaal 23% van de (bruto) nieuwbouw in de sociale huur. Wel onder voorwaarden: bereikbaarheid, financiering ORT, ambtelijke capaciteit, stikstofruimte. – Daarnaast zetten we in op adaptief programmeren waarbij in 2027 of 2028 een nieuw behoeftenonderzoek wordt uitgevoerd voor de periode na 2030.
Lokaal – Gemeenten en corporaties spreken lokaal met elkaar af hoe de geactualiseerde Woondeal concreet wordt ingevuld met projecten, jaartallen en aantallen woningen.
|
NPA 2025-2035 en Volkshuisvestelijke prioriteiten
Regionale Woondeal en woonagenda |
| 1.2 | Samenwerking bij de realisatie en versnelling van projecten | Landelijk
– Corporaties en gemeenten zoeken elkaar actief op en kijken daarbij over de grenzen van hun eigen gemeente of werkgebied zodat haalbare projecten niet blijven liggen. Gemeenten stimuleren en faciliteren hierbij (bijv. in de vorm van realisatiestimulans, grondbeleid en nieuwe locaties). – Gemeenten zetten in op parallel plannen en voldoende ambtelijke capaciteit om sociale huurprojecten te versnellen. Ook wordt met bestuurlijke inzet, toepassing van instrumentarium en versnelling van (vergunningverlenings)procedures ingezet op het realiseren en versnellen van lopende projecten.
Regionaal – De corporaties verkennen met elkaar wat de mogelijkheden zijn om elkaar regionaal te ondersteunen. De uitkomsten worden besproken met de gemeenten. Lokaal – Gemeenten en corporaties kunnen afspraken maken over het instrumentarium[1] dat kan worden ingezet om nieuwbouw te versnellen of vlot te trekken. – Gemeenten en corporaties kunnen lokaal aanvullende afspraken maken over de inzet van de realisatiestimulans. |
NPA 2025-2035 |
| 1.3 | Betaalbare grondprijs | Landelijk
– Gemeenten hanteren een heldere bepalingsmethode waaruit blijkt hoe hun sociale grondprijs tot stand komt en geven woningcorporaties hier inzicht in. Gemeenten vragen marktpartijen in de anterieure overeenkomst zich te conformeren aan het grondprijsbeleid van de gemeente ten aanzien van sociale huurwoningen. – Gemeenten zorgen ervoor dat woningcorporaties vroegtijdig worden betrokken bij grondlocaties waar de bouw van sociale huur mogelijk is. Woningcorporaties benutten kansen om zelf grond te verwerven en delen kennis met elkaar over dit proces.
Regionaal – Om voldoende sociale huurwoningen te kunnen realiseren gebeurt dit tegen een sociale prijs die een gezonde exploitatie mogelijk maakt.
Lokaal – Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken met elkaar over de grondprijs van sociale huurwoningen. – Gemeenten betrekken corporaties waar mogelijk vroegtijdig t.a.v. mogelijkheden voor grond en/of locaties voor de bouw van sociale huur. |
NPA 2025-2035
Regionale Woonagenda 2023-2030 |
| 1.4 | Aard en kwaliteit van de toevoegingen | Landelijk
– We streven ernaar om in 2030 50% conceptueel[2] te bouwen. – Gemeenten stimuleren conceptuele woningbouw door hierbij rekening te houden in de planvorming en aanbesteding. Indien nodig nemen zij ook belemmeringen weg die de opschaling van conceptuele bouw vertragen (bijv. aansluiten bij standaardisering uit de sector). Ook kunnen gemeenten met vooraf concreet geformuleerde eisen voor de welstand conceptuele bouwers zekerheid bieden dat hun concepten hierbinnen passen. – Gemeenten zetten in op parkeernormen die aansluiten op het autobezit van de doelgroep. Zo ligt het autobezit van sociale huurders veelal een stuk lager dan het gemiddelde. – Gemeenten en woningcorporaties pakken kansen om circulariteit in sloop/nieuwbouw van woningen te stimuleren, door met bio-based materialen te werken en zoveel mogelijk vrijkomend materiaal van de sloop te hergebruiken.
Regionaal Op regionaal niveau spannen we ons in om meer woningen conceptueel, circulair en biobased te bouwen.
Lokaal – Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken over conceptuele woningbouw. Daarbij wordt rekening gehouden met zaken als: planvorming, aanbesteding, belemmeringen voor opschaling en standaardisering. – Gemeenten en corporaties kunnen, afhankelijk van plan, project of doelgroep, afspraken maken voor een passende parkeernorm.
|
NPA 2025-2035 en Gelders kader Toekomstbestendig Bouwen
Gelders Kader Toekomstbestendig Bouwen |
| 1.5 | Beter benutten bestaande voorraad | Landelijk
– We maken concrete plannen in de lokale prestatieafspraken voor de verschillende vormen van beter benutten van de bestaande voorraad (bijv. optoppen, splitsen, transformeren, delen, hospitaverhuur en andere vormen). Waar nodig worden hiervoor de lokale kaders aangepast. Regionaal – Vooralsnog geen regionale afspraken.
Lokaal – Gemeenten en corporaties maken afspraken met elkaar over het beter benutten van de bestaande voorraad. |
NPA 2025-2035 |
| 1.6 | Monitoring | Landelijk
Woningcorporaties en gemeenten bespreken met elkaar tijdens de gesprekken over de uitvoeringsagenda’s de projectvoortgang van de nieuwbouw. De uitkomst hiervan wordt doorgegeven door de woningcorporatie in de dPi[3], hiermee koppelen we de monitoring en de prestatieafspraken aan elkaar.
Regionaal Vanuit de Woondeal 1.1 zetten we in op procesafspraken en monitoring: – Inbouwen van 3-jaarlijkse regionale monitoring op ijkmomenten. Zo voeren we in 2027/2028 een woningmarktbehoefte onderzoek uit naar sociale huur. – Gebruik maken van halfjaarlijkse regionale monitoring middels de Woon- en Vastgoedmonitor – In beeld brengen van regionale woningbehoefte – Naast monitoring moeten we ook daadwerkelijk kunnen bijsturen. Daarom zetten we in op een drietal adaptieve maatregelen[4] – In plaats van het neerzetten van ‘verplaatsbare woningen’, zet de regio liever in op woningen die levensloopgeschikt en toekomstbestendig zijn.
Lokaal – Gemeenten en corporaties maken lokaal afspraken met elkaar hoe de bouw van sociale woningen wordt gemonitord. Zij overleggen daarom periodiek over de voortgang van de uitvoering van de Woondeals. – |
NPA 2025-2035 en Bijlage 3 van Woondeal 1.1 |
| 1.7 | Middenhuur | Landelijk
– We spreken een ingroeipad af zodat woningcorporaties kunnen opschalen om de jaarlijkse gewenste realisatie voor middenhuur in 2029 te behalen. – Bij de herijking van de woondeals in 2025 zullen de aantallen van gewenste middenhuurwoningen worden opgenomen. Corporaties dragen bij de realisatie van middenhuur ervoor zorg dat een substantieel deel hiervan behoort tot het lage middenhuursegment.
Regionaal – We brengen de behoefte aan middenhuurwoningen regionaal in beeld als onderdeel van een regionaal woningbehoefte onderzoek.
Lokaal – Gemeenten en corporatie maken op basis van een regionaal woningbehoefte onderzoek lokaal afspraken over de bouw van het aantal middenhuurwoningen, eventuele verschuivingen binnen bestaand bezit naar het middenhuursegment en het eventueel gebruik maken van de vrije toewijzingsruimte. |
NPA 2025-2035 en Programma Betaalbaar Wonen |
| 1.8 | Ontwikkeling van de woningvoorraad | Landelijk
– Het uitgangspunt is dat sloop gepaard gaat met vervangende nieuwbouw en zoveel mogelijk ook met verdichting (rekening houdend met lokale context).
Regionaal – Vooralsnog geen regionale afspraken.
Lokaal – Gemeenten en corporaties maken lokale afspraken over de groei van de corporatievoorraad. In de financiële haalbaarheid van de afspraken wordt rekening gehouden met verkoop en sloop van woningen – Gemeenten en corporaties kunnen lokaal afspraken maken om te streven naar verdichting. – Lokale prestatieafspraken zijn leidend bij plannen om sociale huurwoningen te verkopen. |
NPA 2025-2035 |
| 1.9 | Woonruimte-verdeling en doorstroming | Landelijk
– Er zijn geen landelijke afspraken op dit subthema.
Regionaal – Regionaal werken we aan een gezamenlijke huisvestingsverordening waarin urgentieregels voor aandachtsgroepen, die zijn aangewezen op sociale huurwoningen, zijn opgenomen. – Alle woningzoekenden die aangewezen zijn op een sociale huurwoning moeten op basis van hun inkomen en huishoudgrootte zoveel mogelijk een vergelijkbare kans op een woning hebben.
Lokaal – Gemeenten en woningcorporaties hebben een inspanningsverplichting om acties in te zetten die doorstroming bevorderen. Daar zijn uiteenlopende instrumenten voor beschikbaar, zoals vergroten aanbod middenhuur en sociale koop, via voorrangsregelingen, door inzet van verhuiscoach en via het huurbeleid (inkomensafhankelijke huurverhoging). – Gemeenten en corporaties kunnen lokaal afspraken maken over het oprekken van de vrije toewijzingsruimte voor hogere inkomens naar 15% (i.p.v. 7,5%). |
Wet VRV en Regionale Huisvestingsverordening
Toewijzingsregels ‘Thuis in de Achterhoek’ en ‘Woninghuren’ |
| 1.10 | Betaalbaarheid | Landelijk
– Betaalbaarheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De afgelopen jaren zijn er al veel maatregelen genomen op het gebied van betaalbaarheid, met name voor huishoudens met de laagste inkomens (huurverlaging, matiging huurverhoging, geen huurverhoging bij isolatie, aanpassingen regeling huurtoeslag). – Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt over een meer stabiel huurverhogingsbeleid; vanaf 2026 hanteren we voor de maximale jaarlijkse huursomstijging een driejaars inflatie-gemiddelde. Dit beschermt huurders tegen uitschieters in de jaarlijkse huurverhoging en zorgt voor meer stabiele inkomsten voor woningcorporaties. De overlegwet geeft ruimte lokaal afspraken te maken over de huurverhoging. Als extra afspraken leiden tot minder huuropbrengsten, kan de realisatie van de afgesproken opgave onder druk komen te staan. – Om duurzame woningen met een lager energieverbruik beter beschikbaar te maken voor huishoudens met een lager inkomen, wordt de grens voor passend toewijzen voor huurwoningen met een A+ label of hoger eenmalig met € 25 verhoogd (prijspeil 2024).
Regionaal Geen afspraken op regionaal niveau.
Lokaal – Betaalbaarheid van woonlasten is een gezamenlijke opgave, denk aan huurlasten, energielasten en gemeentelijke lasten. Partijen zetten zich gezamenlijk in om armoede tegen te gaan. Zo stimuleren gemeenten inwoners om gebruik te maken van de financiële voorzieningen. Daarnaast is er een gezamenlijke aanpak van schuldenproblematiek en zijn er afspraken over maatwerk bij betalingsachterstanden. – Woningcorporaties kunnen ervoor kiezen om inkomensafhankelijke huurverhoging toe te passen. Alleen wanneer er prestatieafspraken zijn gemaakt over de inzet van deze extra huurinkomsten voor investeringen, kunnen deze inkomsten buiten de maximale huursomstijging vallen. Woningcorporaties zijn terughoudend met het toepassen van inkomensafhankelijke huurverhoging in kwetsbare wijken. |
NPA 2025-2035
Diverse (aflopende) lokale Raamovereenkomsten |
Thema 2 – Ouderen en aandachtsgroepen
2.1 Ouderen
| Nr. | Subonderwerp | Afspraak | Bron |
| 2.1.1 | Passend wonen | Landelijk Zowel gemeenten als corporaties zetten in op voldoende passende woningen voor ouderen > 75 jaar en mensen met een (toekomstige) zorgbehoefte. De landelijke opgave ouderenhuisvesting voor corporaties is 60.000 woningen (40.000 geclusterd en 20.000 zorggeschikt), waarbij corporaties tot en met 2030 jaarlijks € 40 miljoen extra investeren in het levensloopbestendig maken van bestaande woningen in het kader van langer zelfstandig thuis wonen. Regionaal Lokaal
|
Volkshuisvestelijke prioriteiten juni 2023
Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek Lokale woonzorgvisies |
| 2.1.2 | Langer zelfstandig thuis wonen | Landelijk Gemeenten en corporaties hebben inspanningsverplichting om ouderen te betrekken voor input in het proces van realiseren van geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen, als ook bij lokale bewustwordingscampagnes en informatievoorziening. Regionaal Lokaal |
NPA 2025-2035
Comfortabel Thuis Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek
|
| 2.1.3 | Doorstroming | Landelijk Gemeenten en corporaties hebben inspanningsverplichting voor acties die passend wonen en doorstroming bevorderen. Deze acties worden vastgesteld in de lokale prestatieafspraken. Regionaal Zowel vanuit corporaties (Comfortabel Thuis) als vanuit gemeenten en netwerk veerkracht ouderen (Praat Vandaag Over Morgen) voeren van gesprekken met ouderen over langer zelfstandig thuis wonen. Deze gesprekken kunnen op korte of lange termijn leiden tot doorstroming. Daar waar belemmeringen van praktische of financiële aard zijn bij de behoefte om te verhuizen, worden deze in beeld gebracht en wordt lokaal bekeken welke kansen er zijn om belemmeringen weg te nemen door gezamenlijke financiering van woningcorporaties en gemeenten. Daarnaast wordt regionaal in beeld gebracht wat de verhuisbewegingen van ouderen zijn om mogelijke beleidsinterventies vast te kunnen stellen.
|
NPA 2025-2035 Comfortabel Thuis
|
| 2.1.4 | Visie | Landelijk Gemeenten hebben de opdracht om een integrale woonzorgvisie op te stellen waarin zij inspelen op de woon- en zorgbehoeften van ouderen en aandachtsgroepen. Regionaal
Lokaal |
Nationaal programma Een Thuis voor Iedereen
Uitvoeringsplan Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek |
2.2 Aandachtsgroepen
| Nr. | Subonderwerp | Afspraak | Bron |
| 2.2.1 | Woningtoewijzingen | Landelijk Het opstellen van een Huisvestingsverordening door alle gemeenten, waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan urgente aandachtsgroepen op basis van de Rijksdefinities Regionaal
Lokaal De regionale huisvestingsverordening gebruiken we als basis voor de woningtoewijzingen aan aandachtsgroepen binnen de gemeente. |
Nationaal programma Een Thuis voor Iedereen Regionale Huisvestingsverordening |
| 2.2.2 | Statushouders | Landelijk Asielzoekers worden vergunninghouders op het moment dat ze een verblijfsvergunning krijgen. Gemeenten ontvangen tweemaal per jaar een taakstelling voor de toewijzing van vergunninghouders en voeren deze uit in samenwerking met de corporaties.
Regionaal In het Regionaal Plan Huisvesting Vluchtelingen Achterhoek hebben gemeenten regionaal afspraken o.a. over de huisvesting van statushouders gemaakt. De taakstelling van statushouders en asielzoekers kán worden uitgeruild, maar gemeenten hebben daarbij aangegeven geen extra statushouders te willen huisvesten. De wijze waarop statushouders worden gehuisvest in de regio, is mede afhankelijk van nog te maken keuzes in het traject van de Regionale Huisvestingsverordening en de ontwikkelingen in de landelijke wetgeving (zoals de herziening van de Huisvestingswet).
Lokaal |
Brieven taakstelling huisvesting Rijksoverheid
Regionaal plan huisvesting vluchtelingen Achterhoek Regionale Huisvestingsverordening |
| 2.2.3 | Evenredige verdeling (fair share) | Landelijk Het programma Een Thuis voor Iedereen schrijft voor dat afspraken gemaakt worden over een evenredige verdeling (fair share) van de aandachtsgroepen over de regio’s en gemeenten. Dit wordt vastgelegd in de Wet versterking regie volkshuisvesting. Regionaal
Lokaal maken we afspraken over de uitvoering van de fair share verdeling. De verhouding van evenredige verdeling tussen regulier woningzoekenden en aandachtsgroepen wordt jaarlijks door de corporatie gemonitord en ambtelijk en bestuurlijk besproken. |
Wet versterking regie volkshuisvesting
Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek
|
Thema 3 – Leefbaarheid
| Nr. | Subonderwerp | Afspraak | Bron |
| 3.1 | Sociale leefbaarheid | Landelijk
Kwetsbare wijken worden aangepakt door een integrale aanpak onder regie van de gemeente. In tripartite verband maken partijen op lokaal niveau afspraken over de gezamenlijke inzet op het verbeteren van de (sociale) leefbaarheid (gebiedskeuze, instrumenten, integraal wijkbudget, ontmoeting en sociaal beheer, MOG).
Regionaal Geen regionale afspraken op dit subthema.
Lokaal We spreken af dat de gemeente het onderwerp leefbaarheid terug laat komen in het volkshuisvestingsprogramma. Hierbij is oog voor ontmoetingsplekken, maar ook voor andere vitale voorzieningen (de sociale basis infrastructuur). De gemeente pakt de regie op het onderwerp leefbaarheid. We spreken af dat we het onderwerp leefbaarheid meer proactief oppakken in plaats van reactief. |
NPA 2025-2035 |
| 3.2 | Investeringen in sociale leefbaarheid | Landelijk
Corporaties moeten jaarlijks 75 miljoen extra investeren in activiteiten die bijdragen aan de sociale samenhang en ontmoeting in de wijk tussen bewoners (bijv. buurt- en wijkbeheer, schuldhulpverlening, wijk- en buurtactiviteiten).
Regionaal Geen regionale afspraken op dit subthema.
Lokaal Gemeenten en corporaties bepalen samen hoe en waar ze het budget voor leefbaarheid inzetten. Denk hierbij ook aan de realisatie en exploitatie en beheer van ontmoetingscentra. Hierin is een koppeling met het thema Wonen, Welzijn en Zorg en de opgave geclusterd wonen.
|
NPA 2025-2035 |
| 3.3 | Borgen vitaliteit en toekomstbestendigheid van buurten en dorpen | Landelijk
Geen landelijke afspraken op dit subthema.
Regionale afspraak – We voeren het gesprek met elkaar over hoe een vitale, inclusieve gemeenschap eruitziet en welke mix we dan nodig hebben. Hierbij hebben we ook oog voor de toenemende woon-zorgvraag en uitstroom van kwetsbare groepen en vindt plaats op verschillende niveaus (wijk-buurt-woonzorgzone-complex). – Het realiseren van een breed aanbod van woningen dat past bij een veranderende vraag: de woningvoorraad is in veel kernen en buurten relatief veelzijdig.
Lokaal In elke gemeente wordt in 2026 voor minimaal één kern een kernenvisie opgesteld om zicht te krijgen op de kansen en knelpunten. Hierbij betrekken we ketenpartners.
|
Regionale woonagenda |
| 3.4 | Veiligheid | Landelijk Wetsvoorstel gebruik persoonsgegevens corporaties om escalatie van woonoverlast te voorkomen is in de maak. Regionaal Geen regionale afspraken op dit thema. Lokaal
|
Thema 4 – Duurzaamheid
| Nr. | Subonderwerp | Afspraak | Bron |
| 4.1 | Aardgasvrij | Landelijk
Tot en met 2035 moeten 450.000 corporatiewoningen aardgasvrij worden gemaakt.
Regionaal De gemeenten nemen de regie om ervoor te zorgen dat ze eind 2026 een warmteplan hebben waarin corporaties actief meedenken. Er is afstemming over de planning, maatregelen en gebieden van het aardgasvrij maken.
Lokaal Gemeenten en corporaties verkennen lokaal waar koppelkansen liggen (t.a.v. verduurzamingsplannen corporatie en wijk-/dorpsuitvoeringsplannen) en hoe verschillende planningen op elkaar kunnen aansluiten. De samenwerking is gericht op het delen van informatie, het benutten van gezamenlijke uitvoeringskracht en het voorkomen van dubbel werk of belemmeringen.
|
NPA 2025-2035 |
| 4.2 | Netcongestie | Landelijk
Netcongestie is een belangrijk vraagstuk met grote invloed op de doorgang van projecten. Het is belangrijk dat gemeenten en corporaties hierin gezamenlijk optrekken, onder andere richting netbeheerders.
Regionaal Een afvaardiging van gemeenten en corporaties uit de regio verdiept zich gezamenlijk in dit onderwerp en zoekt naar mogelijke alternatieve oplossingen. Hierbij maken ze gebruik van de Leidraad Netbewust verduurzamen.
Lokaal Gemeente en Corporatie stemmen de planning af met Liander.
|
NPA 2025-2035 |
| 4.3 | Sturen op warmtevraagreductie | Landelijk
In de Nationale Prestatieafspraken zijn verschillende zaken afgesproken over het verbeteren van woningen en het sturen op de warmtevraagreductie. Denk hierbij aan: – Alle woningen met slechte energielabels (E, F en G) zijn eind 2028 uit het corporatiebezit. – Na 2034 zijn ongeveer 80% van de woningen klaar om aangesloten te worden op een duurzame warmtebron.
Regionaal Geen regionale afspraken op dit subthema.
Lokaal Corporaties geven een jaarlijkse terugkoppeling aan gemeenten en Huurdersverenigingen hoe het gaat met het uitfaseren van de slechte labels en het warmtereductiepad[6]. |
NPA 2025-2035 |
| 4.4 | Klimaatadaptatie en onderhoud | Landelijk
Partijen gaan in gesprek over de gebiedsgerichte aanpak van hittestress en wateroverlast en het handelingsperspectief om deze problematiek te adresseren. Woningcorporatie, huurder en gemeente dragen voor deze aanpak een gedeelde verantwoordelijkheid en gaan hierover in gesprek.
Regionaal Geen regionale afspraken op dit subthema.
Lokaal Corporatie en gemeente trekken samen op (waarbij de gemeente de regierol heeft) bij projecten en zoeken koppelkansen, waarbij gemeenten hier beleid op hebben gemaakt dan wel gaan maken. Daarnaast stemmen ze samen af welke projecten en wijken prioriteit hebben. |
NPA 2025-2035 |
| 4.5 | Soortenmanage-mentplan (SMP)
|
Landelijk
Het Rijk zet in op de versnelling van (pre)Soorten Management Plannen (SMP’s). Hiervoor zijn middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten en provincies.
Regionaal Geen regionale afspraken op dit subthema. |
NPA 2025-2035 |
| 4.6 | Duurzame (ver)bouw | Landelijk
Corporaties en gemeenten zetten in op het verminderen van het gebruik van nieuwe grondstoffen (50% minder primaire grondstoffen voor 2030) en zetten meer in op circulair. Dit kan bijvoorbeeld door middel van biobased bouwen, 1-op-1 hergebruikte materialen of gerecycled materiaal.
Regionaal Corporaties en gemeenten wisselen kennis uit, kijken welke pilots er gedaan kunnen worden en hoe we hierbij van elkaar kunnen leren. Dit doen we via de Cirkelregio Achterhoek. Lokaal |
NPA 2025-2035 |
| 4.7 | Toekomstbestendig bouwen | Landelijk
Geen landelijke afspraken op dit subthema.
Regionaal Op Gelders niveau wordt het Gelders kader Toekomstbestendig Bouwen vastgesteld als handreiking voor projecten.
Lokaal Gemeente en corporatie kijken hoe ze dit richtinggevende kader kunnen gebruiken binnen de projecten. |
[1] Denk bij dit soort instrumenten aan actief grondbeleid, inzet van subsidies, etc.
[2] Wat is conceptueel bouwen? Bij conceptueel bouwen koopt de corporatie bestaande woningconcepten op de markt in, in plaats van zelf nieuwbouwprojecten te ontwikkelen. De corporatie bepaalt als opdrachtgever het wat en waarom van een nieuwbouwproject: het doel van deze huisvesting, het woningtype en de prestatie-eisen aan de woning. Het hoe – de bouwoplossing, de techniek en de materialen – laat de corporatie over aan de markt.
[3] De dPi (de Prospectieve informatie) gaat in op de voornemens van de komende vijf jaren van corporaties.
[4] De drie adaptieve maatregelen zijn 1) de volgorde en timing van grootschalige nieuwbouwprojecten, 2) het borgen dat in grotere woningbouwplannen gewerkt wordt met een fasering, onder meer te regelen in de anterieure overeenkomsten, 3) een divers en risicobewust grondbeleid.
[5] De definities zijn opgenomen in het Afsprakenkader Wonen, Welzijn en Zorg in de Achterhoek. In de praktijk gebruiken we in onze regio naast nultredenwoning ook vaak de term levensloopgeschikt of levensloopbestendig. Hiermee bedoelen we: een woning waarin bewoners kunnen blijven wonen als hun levensomstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte of handicap.
[6] We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij bestaande monitoringsinstrumenten.
